"De eeuwigheid in de zonde, dus ook in de straf der zonde, maakt zonde en straf oneindig. Daarom is de straf der goddelozen niet onrechtvaardig, want die straf is even groot als de zonde, waaraan zij schuldig zijn, afschuwelijk is. In dit opzicht zijn er geen kleine zonden, want als er in één gedachte, één woord of én daad enig, ook maar het minste kwaad is, heeft dat kwaad deze oneindige verzwaring in zich, dat het bedreven is tegen een oneindig Wezen. Dat kwaad is daarom oneindig en verdient daarom oneindige straf."
Bron:
Pag. 5
"GODS SOEVEREINITEIT EN RECHTVAARDIGHEID VERHEERLIJKT"
Jonathan Edwards
Predikatie over Romeinen 3: 19
19 Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.
