woensdag 19 april 2017

Plaats: Opheusden
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Ds. F. Mulder
Tijd: 17 april 2017 11.30u


Jozua 24
15 Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!

Hoofdpunten:
1. Het dienen van de HEERE door Jozua's bondsvolk Israël
2. Het dienen van de HEERE door Jozua zelf


Voor de dienst speelt de organist Psalm 105 en Psalm 121.

Psalm 119
Vers 83
Wat vreê heeft elk, die Uwe wet bemint!
Zij zullen aan geen hinderpaal zich stoten.
Ik, HEER, die al mijn blijdschap in U vind,
Hoop op Uw heil met al Uw gunstgenoten;
'k Doe Uw geboôn oprecht en welgezind;
Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten.

Psalm 84
Vers 1
Hoe lief'lijk, hoe vol heilgenot,
O HEER, der legerscharen God,
Zijn mij Uw huis en tempelzangen!
Hoe branden mijn genegenheên,
Om 's HEEREN voorhof in te treên!
Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen;
Mijn hart roept uit tot God, Die leeft,
En aan mijn ziel het leven geeft.


Vers 2
Zelfs vindt de mus een huis, o HEER,
De zwaluw legt haar jongskens neer
In 't kunstig nest bij Uw altaren,
Bij U, mijn Koning en mijn God,
Verwacht mijn ziel een heilrijk lot;
Geduchte HEER der legerscharen,
Welzalig hij, die bij U woont,
Gestaâg U prijst en eerbied toont.


Psalm 103
Vers 9
Maar 's HEEREN gunst zal over die Hem vrezen,
In eeuwigheid altoos dezelfde wezen;
Zijn trouw rust zelfs op 't late nageslacht,
Dat zijn verbond niet trouweloos wil schenden,
Noch van Zijn wet afkerig d' oren wenden,
Maar die, naar eis van Gods verbond, betracht.


Psalm 87
Vers 4
God zal ze zelf bevestigen en schragen,
En op Zijn rol, waar Hij de volken schrijft,
Hen tellen, als in Isrel ingelijfd,
En doen den naam van Sions kind'ren dragen.


Psalm 105
Vers 5
God zal Zijn waarheid nimmer krenken,
Maar eeuwig Zijn verbond gedenken.
Zijn woord wordt altoos trouw volbracht,
Tot in het duizendste geslacht.
't Verbond met Abraham, Zijn vrind,
Bevestigt Hij van kind tot kind.



Genesis 12
6 En Abram is doorgetogen in dat land, tot aan de plaats Sichem, tot aan het eikenbos More; en de Kanaänieten waren toen ter tijd in dat land.
7 Zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den HEERE, Die hem verschenen was.


"Kiest u heden". Het is kiezen voor of kiezen tegen.
Jozua 24
15 Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!

Jeremia 17 vers 9.
9 Arglistig34 is het hart,35 meer dan enig ding,36 ja, dodelijk37 is het, wie zal het kennen?
10 Ik, de HEERE,38 doorgrond het hart, en proef de nieren;39 en dat,40 om een iegelijk te geven naar zijn wegen,41 naar de vrucht42 zijner handelingen.

34)Arglistig Of, tukachtig, bedriegelijk, achterhoudend, genegen tot overtreding. Het Hebreeuwse woord akob is hetzelfde, waarvan de patriarch Jakob zijnen naam gekregen heeft, omdat hij zijnen broeder in de geboorte bij den hiel had; maar dat het ook de betekenis heeft van list, lage, bedrog, tukken, ondertreding, enz., blijkt niet alleen hier, maar ook boven Jer. 9:4; Gen. 27:36; Joz. 8:13; 2 Kon. 10:19.   35)hart, Van den mens na den val, zolang het door den geest der wedergeboorte niet is vernieuwd; en zo boos van harte waren de huichelaars en afvallige Joden, die van God afweken en op Hem niet vertrouwden, hoewel zij het niet wilden weten, maar zichzelven in hunne boosheid liefkoosden en de bestraffing der profeten verachtten, waarover God verklaart hun richter te zullen zijn, in Jer. 17:10.   36)enig ding, Of, bovenal.   37)dodelijk Ten dode strekkende, waar de dood aan vast is, ongeneeslijk, vertwijfeld boos. Van het Hebreeuws woord heeft de mens den naam van Enosch, betekenende zijn sterflijken of ellendigen staat, in welken hij door de zonde gevallen is.

Markus 7
21 Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten,26 overspelen, hoererijen, doodslagen,
22 Dieverijen, gierigheden,27 boosheden, bedrog, ontuchtigheid,28 een boos oog,29 lastering, hovaardij, onverstand.30
23 Al deze boze dingen komen voort van binnen,31 en ontreinigen den mens.


Mattheus 15
19 Want uit het hart komen voort boze bedenkingen,7 doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen.
Richteren 3
7 En de kinderen Israëls deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en vergaten den HEERE, hun God, en zij dienden de Baäls en de bossen.

Numeri 27
18 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Neem tot u Jozua, den zoon van Nun, een man, in wien de Geest is;21 en leg uw hand op hem;22
21)de Geest is; Te weten, die hem nodig is in zulk een zware regering, als de Geest van de vreze des HEEREN, der wijsheid, der sterkte, der gerechtigheid, des gedulds, der matigheid; welke gaven van mijn Geest voortkomen.   22)leg uw hand op hem; Door deze ceremonie moest hij Gode toegeheiligd en overgegeven zijn, om zijn ambt getrouwelijk te bedienen, en daartoe de nodige gaven ontvangen. Zie van het onderscheiden gebruik dezer ceremonie Gen. 48:14; Lev. 1:4; Num. 8:10.  

Hebreen 11
24 Door het geloof heeft Mozes, nu groot geworden zijnde,58 geweigerd een zoon van Farao's dochter genoemd te worden;59
25 Verkiezende liever met het volk van God kwalijk gehandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde60 te hebben;
26 Achtende de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn,61 dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons.62
27 Door het geloof heeft hij Egypte verlaten,63 niet vrezende den toorn des konings; want hij hield zich vast,64 als ziende65 den Onzienlijke.66

60)
de genieting der zonde Dat is, de vermakingen en gemakken van het hof van Farao, die hij, zonder zich tegen God te bezondigen, niet kon genieten.   61)Christus meerderen rijkdom te zijn, Dat is, die hij om de verwachting van Christus en naar Christus' voorbeeld zou moeten lijden. Zie dergelijke 2 Cor. 1:5; Col. 1:24. Want Mozes heeft ook den dag van Christus gezien en zich daarin verheugd, gelijk van Abraham gezegd wordt, Joh. 8:56.   62)op de vergelding des loons. Namelijk die eeuwig en onvergankelijk zou zijn in den hemel, 1 Petr. 1:4,5,6; waar de gelovigen ook op mogen zien, als op een loon, niet dat God hun schuldig zou zijn, of dat zij zouden verdienen, maar dat God hun Vader hun als Zijne kinderen uit genade belooft te zullen geven. Zie Matth. 5:10,11,12.


Zelfkennis en kennis van God.

2 Samuel 23
5 Hoewel mijn huis10 alzo niet is bij God, nochtans heeft Hij mij een eeuwig verbond gesteld, dat in alles wel geordineerd11 en bewaard is; voorzeker is daarin al mijn heil, en alle lust, hoewel Hij het nog niet doet uitspruiten.12
10)Hoewel mijn huis David belijdt hier zijne en zijns huizes zonden en onwaardigheid. [Vergelijk 2 Sam. 7:18,19, enz., en zie 2 Sam. 11, 2 Sam. 12, 2 Sam. 13, 2 Sam. 15, enz.], en roemt daartegen Gods onverdiende weldadigheid, hem bewezen door het eeuwig en onveranderlijk genadeverbond, zijnde gegrond in den Messias, wiens dag David [gelijk Abraham] door het geloof ziende, daarop getroost en verheugd in den Heere ontslapen is. Vergelijk 2 Sam. 22:51, en Ps. 72:20, met de aantekeningen.   11)wel geordineerd Dat is, hetwelk in Gods eeuwigen raad, tot zijn eer en zaligheid zijns volks, met alle middelen daartoe behorende, wijselijk besloten en voorgeschikt is, en tot de eindelijke vervulling toe zo vast bewaard is en gehouden zal worden, dat de poorten der hel daartegen niet zullen vermogen. Vergelijk Matth. 16:18; Hand. 13:23,32,33, enz.; Ef. 1:3,4, enz.; 1 Petr. 1:5,10,11, enz.   12)uitspruiten. Dat is, hoewel de beloofde Scheut, of Spruit van Isaï en David, de Middelaar des verbonds, de Messias, nog niet is gekomen. Vergelijk Jes. 4:2, en Jes. 11:1; Jer. 23:5, en Jer. 33:15; Zach. 3:8, en Zach. 6:12. Sommigen verstaan dat David in 2 Sam. 23:4,5 tegen elkander stelt de vergankelijkheid der dingen, die in 2 Sam. 23:4 verhaald staan, en de eeuwigheid zijns koninkrijks en van zijn huis in den Messias, die uit zijn zaad voortkomen zou, en zetten deze verzen aldus over: 4 En gelijk een licht des morgens, [wanneer] de zon opgaat; des morgens zonder wolken zijnde, van den glans, van den regen, de grasscheutjes uit de aarde [uitspruiten]; 5 dat alzo mijn huis bij God niet zal zijn; want Hij heeft mij een eeuwig verbond gesteld; in alles wel toegerust en bewaard; voorzeker al mijn heil en welgevallen is, dat Hij het niet zal doen uitspruiten. [Als hetwelk nu reeds uitgesproten is, en in de eeuwigheid niet zal vergaan].

"Mij en mijn huis: een gelukkig gezin."
Jozua 24 vs 5
"..maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!" 

Het gezin van de stokbewaarder:
Handelingen 16
34 En hij bracht hen in zijn huis, en zette hun de tafel voor,68 en verheugde zich,69 dat hij met al zijn huis aan God gelovig geworden was.70

Geloofsbelijdenis: 'ja' zeggen tot eer en verheerlijking van Gods Naam.
Het is dus tot eer van God om te geloven.
Geloven in Hem Die is opgestaan uit de doden. Geloven in Jezus Christus.

Johannes 11
25 Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding29 en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware30 hij ook gestorven;31
26 En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in32 der eeuwigheid. Gelooft gij dat?

29)Ik ben de Opstanding Dat is, ik ben de bewerker en oorzaak der opstanding en des levens.   30)leven, al ware Dat is, zal tot het eeuwige leven weder opgewekt worden.   31)gestorven; Namelijk naar het lichaam.   32)niet sterven in Namelijk den eeuwigen en tweeden dood; Openb. 20:6.

"Want Ik leef, en gij zult leven":
Johannes 14
19 Nog een kleinen tijd, en de wereld zal Mij niet40 meer zien; maar gij zult Mij41 zien; want Ik leef, en gij42 zult leven.43
40)zal Mij niet Grieks ziet mij niet meer.   41)gij zult Mij Grieks gij ziet mij.   42)leef, en gij Dat is, zal haast weder levend worden.   43)zult leven. Dat is, Ik zal u nog levend vinden. Anderen zetten het over: omdat Ik leef, zo zult gij ook leven; namelijk een geestelijk en eeuwig leven.

Dat is Gods verbondstrouw aan Israël en Zijn kerk.
Psalm 105
Vers 5
God zal Zijn waarheid nimmer krenken,
Maar eeuwig Zijn verbond gedenken.
Zijn woord wordt altoos trouw volbracht,
Tot in het duizendste geslacht.
't Verbond met Abraham, Zijn vrind,
Bevestigt Hij van kind tot kind.

woensdag 12 april 2017

* To give the light of the knowledge of the glory of God

Genesis 1
1. In the beginning God created the heaven and the earth.
2. And the earth was without form, and void; and darkness was upon the face of the deep. And the Spirit of God moved upon the face of the waters.
3. And God said, Let there be light: and there was light.


2 Corinthians 4
6. For God, who commanded the light to shine out of darkness, hath shined in our hearts, to give the light of the knowledge of the glory of God in the face of Jesus Christ.


dinsdag 11 april 2017

Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Ds. C. van Ruitenburg
Tijd: 9 april 2017 16.30u


Mattheus 26
38 Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd40 tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.
40)geheel bedroefd Of aan alle zijden; dat is met droefheid gelijk als omsingeld.

Thema: Christus in Gethsemane

1. Zijn gang
2. Zijn onderwijs
3. Zijn volk




Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Ds. C. van Ruitenburg
Tijd: 9 april 2017 10.00u

Tekst: Psalm 40
8 Toen zeide Ik: Zie, Ik kom16; in de rol17 des boeks is van Mij geschreven.
9 Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen18 te doen; en Uw wet is in het midden19 Mijns ingewands.

16)ik kom Of, ben gekomen. Met deze en de volgende woorden verklaart de Heere Christus zijn gewillige gehoorzaamheid om het middelaarsambt, Hem van zijnen Vader opgelegd, aan te nemen en uit te voeren. Zie Hebr. 10:10.   17)rol Van het woord rol, zie Ezra 6:2. Jer. 36:2. en versta hierdoor de boeken van Mozes, in welke verscheidene zeer heerlijke profetieën van Christus gevonden worden, waarvan de eerste gegeven is in het Paradijs, Gen. 3:15. en vervolgens aan de patriarchen, en voorts zijn de sacramenten en al de offeranden voorbeeldingen op Christus geweest. Zie Luk. 24:27. Hebr. 8:5,6; Hebr. 9:8,9; Hebr. 10:1. enz.   18)welbehagen Dat is, hetgeen U welbehaaglijk is. Zie Spreuk. 10:32. Ps. 143:10.   19)midden Dat is, ik betracht haar in mijn hart, en ben gans vuriglijk genegen om die te volbrengen. Verg. Ps. 37:31. en onder Ps. 40:11.

Thema: Het lied van het Lam
1. Het lied vanuit de diepte
2. Het lied vanuit het wonder


woensdag 5 april 2017

* For all the promises of God in Him are yes, and in Him Amen

2 Corinthians 1
20 For all the promises of God in Him are yes, and in Him Amen, unto the glory of God through us.
 
"The first thing I notice in the text is, THE DIGNITY OF THE PROMISES. Notice the apostle's words: "For all the promises of God in Him are yes." These promises were all made according to the purpose of His own will. We sometimes read, or hear, or speak of the promises written in God's Word, but do not give them as much credit as if they were the promises of a friend, or of our father, or our brother. If we valued them more, we should believe them better. We have many proverbs to remind us what poor and frail things the promises of men are; but those of which Paul writes are "the promises of God." Men often change their minds; even the apostle did that, and therefore he was wise to try to take the thoughts of those, to whom he was writing, off from the promises even of an apostle, which were liable to change, and which might very properly not be carried out because of altered circumstances, and lead them away to the promises of God, which are unfailing and unchangeable, and are always fulfilled to His glory and to our profit."

Source:
A sermon intended for reading on Lord's-day, January 14, 1900. Delivered by C. H. Spurgeon, at the Metropolitan Tabernacle, Newington - London, on Thursday evening, August 31, 1882.


Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Ds. J. Mijnders
Tijd: 2 april 2017 10.00u
Thema: Een hoogst ernstige vraag

1. De aanleiding tot die vraag
2. Het zelfonderzoek aangaande die vraag
3. Het antwoord op die vraag

Mattheus 26
20 En als het avond geworden was,22 zat Hij aan met de twaalven.
21 En toen zij aten, zeide Hij: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij zal verraden.
22 En zij, zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere?
23 En Hij, antwoordende, zeide: Die de hand23 met Mij in den schotel indoopt, die zal Mij verraden.
22)het avond geworden was, Christus heeft dan het pascha gegeten ter rechter tijd, op den avond van den veertienden dag, gelijk God bevolen had, Exod. 12:6,18; Lev. 23:5. Doch de Joden hebben hetzelve toen ter tijd eerst gegeten des anderen daags des avonds, gelijk blijkt uit de gehele geschiedenis en inzonderheid Joh. 18:28. Hetwelk geschiedde uit een oud gebruik, waardoor zij, als de veertiende dag viel op den dag voor den sabbat, denzelven verzetten op den volgenden sabbat, opdat zij niet genoodzaakt zouden zijn twee dagen aan elkander van hun werk te rusten. Zo is dan Christus, het ware pascha, op den rechten dag van God geordonneerd voor onze zonden opgeofferd.
23)Die de hand Dat is, een die met mij dagelijks eet, die mijn huis- en tafelgenoot is. Zie Ps. 41:10; Mark. 14:20; Joh. 13:18. Niet dat Christus toen juist met hem tezamen indoopte; want zo zouden de discipelen zekerlijk hebben kunne weten wie hij was.


Hij Die het heilig avondmaal heeft ingesteld Die moet centraal staan.
Psalm 84 vs 6
Psalm 119 vs 4
Psalm 19 vs 5, 7
Psalm 25 vs 2
Psalm 119 vs 88

De taak van de voetwassing wordt verzuimd. Maar die taak wordt door Jezus in liefde gedaan. Hij wast ook de voeten van Judas terwijl Hij wist dat Hij door Judas verraden zou worden.

Het grote verschil tussen de vraag van Judas en van de andere discipelen:
Judas vraagt "Ben ik het, Rabbi?"
De vraag van de andere discipelen: "Ben ik het, Heere?"

2 Korinthe 13
5 Onderzoekt uzelven12, of gij in het geloof zijt, beproeft uzelven.


12)    Onderzoekt uzelven
    Namelijk om zekerlijk in uw gemoed overtuigd te worden van de waarheid van mijn apostelschap; want zulks doende zult gij bevinden dat gij het ware geloof in Christus hebt, en dat Christus in u door Zijn Geest leeft, hetwelk gij door het Evangelie hebt verkregen.




zaterdag 1 april 2017

Psalm 134
O Lord my God, thou art very great; thou art clothed with honour and majesty.
Who coverest thyself with light as with a garment: who stretchest out the heavens like a curtain.


Isaiah 45
12b I, even my hands, have stretched out the heavens, and all their host have I commanded.
 

"And He is The One to whom we are accountable."




Hebreeën 4
12  
Levend immers is het woord van God, en werkzaam en scherper snijdend dan enig tweesnijdend zwaard, en het woelt diep tussen ziel en geest, weefsels en merg, en het oordeelt overleggingen en bedoelingen van een hart.
13  
En geen schepsel is verborgen voor zijn aanschijn, maar naakt en ontmaskerd is alles voor de ogen van hem bij wie wij de verantwoording afleggen.

maandag 27 maart 2017

Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Ds. M. Karens
Tijd: 26 maart 2017 10.00u

Tekst:
Mattheus 26
62 En de hogepriester, opstaande, zeide tot Hem: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?
63 Doch Jezus zweeg stil.57 En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God?
64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd.58 Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen59, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels.


Thema: Jezus voor het sanhedrin
Hoofdpunten:
1. Het zwijgen van Jezus
"Doch Jezus zweeg stil."
2. De vraag aan Jezus
"En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God?"
3. Het getuigenis van Jezus
"Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels."

Psalmen
Psalm 22
Vers 4
Al wie mij ziet, bespot mij, boos te moê;
Men schudt het hoofd, men steekt de lip mij toe.
Daar ik 't gebed tot God vertrouwend doe,
Moet ik nog horen:
"Dat God, op Wien hij steunt, hem gunstig' oren
Verleen', hem redd';
Dat die nu hulp doe komen,
En hem, in wien Hij heeft Zijn lust genomen,
In ruimte zett'".
119 vers 3
Psalm 69
Vers 2
Men telt veeleer de haren van mijn hoofd,
Dan hen, die mij, doch zonder oorzaak, haten;
Men zoekt mijn dood; geen onschuld kan mij baten;
Hen zie ik sterk, maar mij van kracht beroofd.
Men eist van mij, daar ik m' onschuldig ken,
't Geroofde weer; 'k moet voor voldoening zorgen.
Gij weet, o God, hoever ik strafbaar ben;
U is mijn schuld, mijn dwaasheid, niet verborgen.
Vers 3
Beschaam door mij de stille hope niet
Van hen, die U, o HEER der legerscharen,
Verwachten; laat geen schande wedervaren
Aan hen, die U steeds zoeken in verdriet.
Met mij verging hun hoop, o Isrels God,
Daar ik mijn smaad om Uwentwil moet dragen.
Mijn aanschijn is bedekt met schand' en spot;
Helaas, wat heb ik stof tot bitter klagen!
Psalm 118
Vers 11
De steen, dien door de tempelbouwers
Veracht'lijk was een plaats ontzegd,
Is, tot verbazing der beschouwers,
Van God ten hoofd des hoeks gelegd.
Dit werk is door Gods alvermogen,
Door 's HEEREN hand alleen geschied;
Het is een wonder in onz' ogen;
Wij zien het, maar doorgronden 't niet.
Psalm 45
Vers 1
Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen,
Zal 't schoonste lied van enen Koning zingen;
Terwijl de Geest mijn gladde tonge drijft;
Is z' als de pen van een, die vaardig schrijft.
Beminlijk Vorst, uw schoonheid hoog te loven,
Gaat al het schoon der mensen ver te boven;
Genâ is op uw lippen uitgestort,
Dies G' eeuwiglijk van God gezegend wordt.


De Schaapspoort was een poort van de stad Jeruzalem. Zij was dicht bij de tempel, ten tijde van Nehemia aan de noordzijde van de stad. Zij werd de Schaapspoort genaamd, omdat de schapen tot de offerdienst geschikt, door deze poort de stad werden ingevoerd.

Jezus in de rechtszaal.

Psalm 122
5 Want daar zijn8 de stoelen des9 gerichts gezet, de stoelen van het huis van David.

Wat hebben ze gezocht, maar ze hebben niets gevonden.
Mattheus 26
59 En de overpriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet.55

Wat had Jezus getuigen kunnen oproepen voor in de rechtszaal!
De blindgeborene:
Johannes 9
7 En zeide tot hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (hetwelk overgezet wordt: uitgezonden). Hij dan ging heen en wies zich, en kwam ziende.
De Samaritaanse vrouw:
Johannes 4
13 Jezus antwoordde, en zeide tot haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal wederom dorsten:
14 Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven.

Jaïrus:
Markus 5
42 En terstond stond het dochtertje op, en wandelde; want het was twaalf jaren oud; en zij ontzetten zich met grote ontzetting.
En vele anderen. Want Johannes 20 vermeldt dat de genoemde wonderen slechts een klein deel uitmaken van alle wonderen die Jezus verrichtte.
Johannes 20
30 Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid Zijner discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek;
31 Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.
"Maar ten laatste". Met heel veel moeite komen er uiteindelijk twee valse getuigen.
Mattheus 26
61 Maar ten laatste kwamen twee valse getuigen, en zeiden: Deze heeft gezegd:56 Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dagen denzelven opbouwen. 56)Deze heeft gezegd: Dit was een verdraaiing van de woorden van Christus, Joh. 2:19, want Christus heeft aldaar niet gezegd: Ik kan den tempel afbreken. enz., maar: breekt gij den tempel af, enz., verstaande dat van den tempels zijns lichaams.
Over het afbreken van het heilige godsgebouw, de tempel.

Er is een rechtszaak, maar in Mattheus 26 vers 59 ligt het vonnis al vast: ".. opdat zij Hem doden mochten"

Mattheus 26
63 Doch Jezus zweeg stil.57
57)zweeg stil. Om daarmede te kennen te geven dat deze zaak zo ongegrond was, dat zij niet waardig was beantwoord te worden. 
In Lukas 23 staat "doch Hij antwoordde hem niets."

Als God vragen gaat stellen aan mensen zonder dat ze geloven in Jezus Christus als Verlosser zullen ze op duizend vragen geen antwoord kunnen geven.
Job 9
2 Waarlijk, ik weet, dat het zo is; want hoe zou de mens rechtvaardig zijn bij God?
3 Zo Hij lust heeft, om met hem te twisten, niet een uit duizend zal hij Hem beantwoorden.

Wat heeft Jezus veel gesproken. Woorden van eeuwig leven.

Mattheus 5, de zaligsprekingen.
Onder andere:
6 Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.
Mattheus 11
28 Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid36 en belast zijt,37 en Ik zal u rust geven.
Lukas 9

56 Want de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden.

Om Sions wil heeft Jesaja niet gezwegen.
Jesaja 62
1 Om1 Sions wil2 zal ik niet zwijgen,3 en om Jeruzalems wil zal ik niet stil zijn;4 totdat haar gerechtigheid5 voortkome6 als een glans, en haar heil als een fakkel, die brandt.
3)niet zwijgen, Dat is, ik zal niet ophouden de troostelijke beloftenissen, die God mij geopenbaard heeft van zijne kerk te verkondigen; zie Ps. 122:6, en 2 Tim. 4:2.


Hij verdraagt zondige mensen.
Matthes 23
37b ..hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugels; en gijlieden hebt niet gewild.

Hij is gekomen om de wil van Zijn Vader te doen.
Jesaja 53
7b ..als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.
Een gedeelte uit het formulier van het Heilig Avondmaal:
"Hij is onschuldig ter dood veroordeeld, opdat wij in Gods gericht zouden worden vrijgesproken. Hij heeft zelfs Zijn gezegend lichaam aan het kruis laten nagelen, opdat Hij het handschrift van onze zonden daaraan zou hechten. Zo heeft Hij onze vloek op Zich geladen, opdat Hij ons met Zijn zegen zou vervullen. Hij heeft Zich met lichaam en ziel aan het kruishout tot in de allerdiepste smaad en in de angst der hel vernederd, toen Hij met luider stem riep: 'Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten?', opdat wij in Gods nabijheid zouden verkeren en door Hem nooit meer verlaten zouden worden. Uiteindelijk heeft Hij met Zijn dood en bloedstorting het nieuwe en eeuwige verbond der genade en verzoening bevestigd, toen Hij zei: 'Het is volbracht.'."


Hij zweeg om Abrams leugens te verzoenen.
Hij zweeg om Petrus verloochening te verzoenen.
Hij zweeg om al uw ijdele woorden.

Psalm 119 : 69
Gij zijt volmaakt, Gij zijt rechtvaardig, HEER;
Uw oordeel rust op d' allerbeste wetten;
Uw loon, Uw straf beantwoordt aan Uw eer.
Gij eist van ons, dat w' op Uw waarheid letten;
Dat wij altoos op hogen prijs Uw leer
En 't heilig recht van Uw getuig'nis zetten.

Romeinen 8
33 Wie zal beschuldiging inbrengen91 tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt.92
34 Wie is het, die verdoemt?93 Christus is het, Die gestorven is;94 ja, wat meer is, Die ook opgewekt is,95 Die ook ter rechter hand Gods is,96 Die ook voor ons bidt.97


Een voorbeeld om te zwijgen is voor ons: 
Als alles tegen zit.
Als je onrecht wordt aangedaan.

Het zwijgen van Aaron als voorbeeld voor ons.
Leviticus 10
3b Doch Aaron zweeg stil.
Psalm 62 : 4
Doch gij, mijn ziel, het ga zo 't wil,
Stel u gerust, zwijg Gode stil;

De avondzang vers 7: "O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk"


Lukas 22
67 Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven;
Geloven wij in Jezus Christus?

Hebreen 7
26 Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden;


De vraag van Kajafas de hogepriester:
Mattheus 26
Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God? 64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd.

"Gij hebt het gezegd." Ds. Karens zei: ik denk dat het ademloos stil geworden is in de rechtszaal.

"Ik ben de Zoon van God."
"Ik ben de Christus."

"Ik ben het Die met u spreek"

Johannes 4
25 De vrouw zeide tot Hem: Ik weet, dat de Messias komt (Die genaamd wordt Christus); wanneer Die zal gekomen zijn, zo zal Hij ons alle dingen verkondigen
26 Jezus zeide tot haar: Ik ben het, Die met u spreek.

"Die met u spreekt, Dezelve is het."
Johannes 9
35 Jezus hoorde, dat zij hem uitgeworpen hadden, en hem vindende, zeide Hij tot hem: Gelooft gij in den Zoon van God?
36 Hij antwoordde en zeide: Wie is Hij, Heere, opdat ik in Hem moge geloven?
37 En Jezus zeide tot Hem: En gij hebt Hem gezien, en Die met u spreekt, Dezelve is het.


Mattheus 26
64b Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen59, zittende ter rechter hand der kracht Gods
"Van nu aan..."
"Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is"
Filipensen 2
7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;
8 En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.
9 Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;
10 Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.
11 En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.


Hier de doornenkroon. Straks de eerkroon.

In Jesaja 28
16 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen53 in Sion, een beproefden54 steen, een kostelijken hoeksteen, die wel vast55 gegrondvest is; wie gelooft,56 die zal niet haasten.57


Mattheus 21
42 Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen,40 die de bouwlieden verworpen hebben,41 deze is geworden tot een hoofd des hoeks;42 van de Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
40)De steen, Deze steen is Christus, 1 Petr. 2:4, welke de bouwlieden, dat is de schriftgeleerden en overpriesters, verworpen hebben.   41)verworpen hebben, Grieks, afgekeurd.   42)hoofd des hoeks; Dat is, de uiterste hoeksteen, op welke twee muren vast staan en aan elkander gehecht worden, namelijk de gemeente uit de Joden en heidenen bijeengebracht. Zie Ef. 2:13,20 en 1 Petr. 2:7,8.
Ziet u uit naar de wederkomst van Christus?
Mattheus 24
64b ...komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid.

Heidelbergse Catechismus:
Vraag 52
Welke troost geeft het je dat je weet dat Jezus eenmaal wederkomt om de levenden en de doden te oordelen?
Antwoord
Ik verwacht Hem uit de hemel als Rechter, Die zelf werd veroordeeld en mijn straf heeft gedragen. Dan zal Hij zijn vijanden eeuwig straffen, maar mij en alle uitverkorenen in zijn heerlijkheid opnemen.


Helemaal aan het einde van de dienst zei dominee Karens:

"Zoek de HEERE en leef!"

zaterdag 25 maart 2017

 John 6 King James Version (KJV)

35 And Jesus said unto them, I am the bread of life: he that cometh to me shall never hunger; and he that believeth on me shall never thirst.

"The Lord is willing to give life to you, and will you not be willing to take
such an unspeakable blessing off His hand?"

"It is only these that hear the voice of the Son of God that shall live."

"Ye must be persuaded, that there is life in Christ for you, and that you in particular are warranted to come to Him for life."

"Hearken unto the words that come from Him, listen to His words of life, for in hearing you shall live. I would advise you to pray much. Let the dead go to a living Christ; cry, Spring up, O well of living water, and enter into my soul. Then let those that are dead hunt the company of living Christians; for this is one way to get life, and to keep it in when got: as you know, when dead coals are put in among the living coals, they will soon be kindled by them; so, by conversing with lively Christians, the Spirit of life may enter into you."



Ebenezer Erskine (1680-1754)Source: "The whole works of the rev. Ebenezer Erskine, minister of the gospel at Stirling."

zondag 19 maart 2017



* Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!


2 Korinthiërs 6
2 Want Hij zegt: In den aangenamen tijd heb Ik u verhoord, en in den dag der zaligheid heb Ik u geholpen. Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!

"(3.) Overweegt  wat  een  vaste  grond  dit  woord  der  zaligheid  voor  het  geloof  is,  om  er  op  te bouwen. Het is het Woord van God; van God, Die niet liegen kan. Het is bekrachtigd door de eed van God. Het is een Woord, dat bevestigd is door het bloed van de Zoon van God. Het is een  Woord, dat getuigd is door de Drie, Die getuigen in de  hemel. Het is een Woord, dat gesproken is door de ingeving van de Heilige Geest: Openbaringen 2 vers 7: "Die oren heeft om te horen, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt." Openbaringen 22 vers 17: "En de Geest en de bruid zeggen: Komt"; komt en hoort dit woord der zaligheid; komt en gelooft; komt en past uzelf toe, wat u wordt aangeboden."

Het woord der zaligheid tot zondaren gezonden - Handelingen 13 vs 26 - Tot u is het woord dezer zaligheid gezonden -
Ralph Erskine (1685 - 1752)


Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Student M. Blok
Tijd: 19 maart 2017 10.00u


Jesaja 53
6 Wij dwaalden27 allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg;28 doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.29
27)Wij dwaalden Dat is, wij zijn allen afgedwaald van den weg, dien ons God in zijne wet heeft voorgeschreven om daarin te wandelen.
28)naar zijn weg; Niet naar den weg, dien de HEERE ons had voorgeschreven; maar wandelende op den weg, dien zich een ieder verkoren had; zie 1 Petr. 2:25.
29)op Hem doen aanlopen. Of, Hem doen ontmoeten; of Hij, te weten de Vader, dreef op Hem, te weten Christus, ons aller ongerechtigheid, dewijl Hij zich in onze plaats vrijwillig tot borg gesteld had.


Thema: Verloste schapen
1. Hun dwalen
2. Hun HEERE
3. Hun Verlosser

Gezongen:
Psalm 106 : 4
Psalm 119 : 2
Psalm 130 : 2, 4
Psalm 40 : 4

Indeling van het bijbelboek Jesaja:

Jes. 1-39
Jes. 1-12. - Van het eerste deel bevatten de hoofdstukken 1 tot 12 de profetieën over Juda, uitgesproken onder de regeringen van Jotham en Achaz.
Jes. 13-23. - Deze hoofdstukken bevatten profetieën tegen de volken o.a. tegen de Babyloniërs en Assyriërs.
Jes. 24-27. - Deze hoofdstukken bevatten profetieën over de eindstrijd, de verlossing van Israël.
Jes. 28-33. - Deze hoofdstukken bevatten profetieën betreffende de relaties van het volk met Assyrië en Egypte en de toekomstige heerlijkheid van het overblijfsel van Israël.
Jes. 34-35. - Deze hoofdstukken bevatten profetieën over het oordeel over de volken en de bevrijding van Israël.
Jes. 36-39. - Deze hoofdstukken vormen een historisch toevoegsel betreffende Hizkia, Sanherib en Merodach Baladan (2 Kon. 18:13-20:19).

Jes. 40-66.
Het tweede en laatste hoofddeel van het boek Jesaja telt 27 hoofdstukken. 
Jes. 40-48. - In deze hoofdstukken wordt de ondergang van Babel vermeld.
Jes. 49-50. - In deze hoofdstukken wordt vooral op de Knecht des Heren, d.i. op Christus, gewezen.
Jes. 56-66. - Hier beschrijft de profeet het uiteindelijk herstel van Israël en van alles wat hiermee in betrekking staat.
Bron: Christpedia.nl


De Moorman van Candace las uit Jesaja 53:

Handelingen 8
27 En hij stond op en ging heen; en ziet, een Moorman, een kamerling,28en een machtig heer van Candace,29 de koningin der Moren, die over al haar schat was, welke was gekomen om aan te bidden30 te Jeruzalem;
28 En hij keerde wederom, en zat op zijn wagen, en las den profeet Jesaja.
29 En de Geest zeide tot Filippus: Ga toe, en voeg u bij dezen wagen.
30 En Filippus liep toe, en hoorde hem den profeet Jesaja lezen, en zeide: Verstaat gij ook, hetgeen gij leest?
31 En hij zeide: Hoe zou ik31 toch kunnen, zo mij niet iemand onderricht? En32 hij bad Filippus, dat hij zou opkomen, en bij hem zitten.
32 En de plaats der Schriftuur, die hij las, was deze: Hij is gelijk een schaap ter slachting geleid; en gelijk een lam stemmeloos is voor dien, die het scheert, alzo doet Hij Zijn mond niet open.

Jesaja 53
6 Wij dwaalden27 allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg;28 doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.29
Het woord 'Wij' betekent: Joden en heidenen. In het vroege christendom, waarbij het christendom nog geen aparte godsdienst is, wordt met een heiden een niet-Jood bedoeld.

Dwalen:
- op de verkeerde weg lopen
- zonder doel in ons leven

Sinds de zondeval lopen we op de verkeerde weg. Zonder doel in ons leven. Het doel van ons leven hoort te zijn: tot de eer van God leven.

In het bijbelboek Genesis is beschreven: overtreders van het gebod van God, dit vond plaats na de schepping van de wereld.
In de Hof van Eden (het Aardse Paradijs)

Genesis 3 vers 6
6 En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk11 was om verstandig12 te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar,13 en hij at.14
7a Toen werden hun beider ogen15 geopend
15)ogen Versta, niet zozeer de ogen des lichaams, waardoor zij zagen hunne schaamte, als des geestes, waardoor zij gevoelden hunne zonde en de straf, die zij over zich en hunne nakomelingen gebracht hadden, zijnde daarvan in hunne conscientiën overtuigd.
Jesaja 53
6 Wij dwaalden27 allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg;28 doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.29

Het woord 'dwaalden' staat hier in de verleden tijd.

In Efeze 2:1 herinnert Paulus de christenen in Efeze aan de geestelijke positie waarin ze zich bevonden voordat ze Christus kenden:
1 En u heeft Hij1 mede levend gemaakt, daar gij dood waart2 door de misdaden en de zonden;
2 In welke gij eertijds gewandeld3 hebt, naar de eeuw4 dezer wereld, naar den overste5 van de macht6 der lucht, van den geest, die nu werkt in7 de kinderen der8 ongehoorzaamheid;


Het gaat dan om de woorden: "In welke gij eertijds gewandeld hebt."
En in Efeze 2:

5 Ook toen wij dood waren18 door de misdaden, heeft ons levend gemaakt19 met Christus;20 (uit genade zijt gij zalig geworden)

20)met Christus; Want als Christus, die om onzer zonden wil gestorven was, is opgewekt zo heeft Hij metterdaad betoond dat Hij de schuld onzer zonde en het lichaam onzer zonden had teniet gedaan: hetwelk Hij eerst voor ons, en daarna ook in ons heeft volbracht uit kracht Zijns doods en Zijner opstanding, Rom. 4:25, en Rom. 6:6,7,8, als Hij ons het geloof heeft geschonken, door het geloof heeft gerechtvaardigd, en door Zijnen Geest heeft vernieuwd en geheiligd. Zie 1 Cor. 1:30.
Levend gemaakt door:
Gods genade
Gods goedheid
Gods gunst

Jesaja 42
1 Ziet, Mijn Knecht,1 Dien Ik ondersteun,2 Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest3 op Hem gegeven; Hij zal het recht4 den heidenen5 voortbrengen.6
1)Mijn Knecht, Dit spreekt God de Vader van zijnen Zoon Christus, dien Hij zijnen knecht noemt, te dien aanzien, dat Christus, als onze Middelaar, de gedaante eens knechts heeft aangenomen. Vergelijk Jes. 53:11; Matth. 12:18; Filipp. 2:6,7,8.   2)Dien Ik ondersteun, Dat is, dien Ik versterk, dat Hij niet bezwijke onder den onverdragelijken last mijns toorns, die Hij een tijdlang gevoelen moet om uwe zonden [voor welke Hij zichzelven heeft overgegeven] uit te delgen en te verzoenen.   3)Mijn Geest Te weten de gaven des Heiligen Geestes, die Hij van node heeft om het Middelaarsambt te verrichten; zie Jes. 11:2; Matth. 3:16.   4)Hij zal het recht Dat is, Hij zal de rechte leer van de zaligheid der mensen, door de predikatie van het heilige Evangelie, den heidenen voordragen en hen alzo tot zijne gehoorzaamheid en tot hunne zaligheid brengen.   5)den heidenen Of, den volken, zo den Joden als den heidenen. Zie Rom. 1:16.   6)voortbrengen. Te weten uit den schoot des Vaders; Joh. 1:18. Dit zal Hij doen ten dele in eigen persoon, ten dele door zijne apostelen en andere leraars van het heilige Evangelie.




Jesaja 53
6 Wij dwaalden27 allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg;28 doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.29
HEERE staat met allemaal hoofdletters. Dit betekent: IK ZAL ZIJN, Die IK ZIJN ZAL. Altijd al dezelfde God zonder begin en altijd dezelfde God tot in eeuwigheid.

Exodus 3
14 En God zeide tot Mozes: IK ZAL ZIJN, Die IK ZIJN ZAL!16 Ook zeide Hij: Alzo zult gij tot de kinderen Israëls zeggen: IK ZAL ZIJN heeft mij tot ulieden gezonden!


* Alzo zal Hij vele heidenen besprengen

Jesaja 52
15 Alzo zal Hij54 vele heidenen besprengen,55 ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden;56 want denwelken57 het niet verkondigd was,58 die zullen het zien, en welken het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan.
55)besprengen, Te weten met zijn vergoten bloed en uitzending der gaven van zijn Geest bij de predikatie van het heilig Evangelie en het gebruik der heilige sacramenten.

Het beeld van een zondig mens is als een mens die melaats is.
Geloof is: Gij kunt mij genezen.
Mattheus 8
2 En ziet, een melaatse kwam, en aanbad Hem,2 zeggende: Heere! indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.
1 Timotheus 2
15a Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken


Mattheus 16
13 Als nu Jezus gekomen was in de delen van Cesarea Filippi,11 vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende: Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben?
14 En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Jeremia of een van de profeten.
15 Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?
16 En Simon Petrus, antwoordende,12 zeide: Gij zijt de Christus13, de Zoon des levenden Gods.

Johannes 11
25 Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding29 en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware30 hij ook gestorven;31
De onuitsprekelijke troost van Gods Kerk in één woord: 'Waarlijk'.
Jesaja 53
4 Waarlijk,20 Hij heeft onze krankheden op Zich genomen,21 en onze smarten heeft Hij gedragen;22 doch wij achtten Hem,23 dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.24
21)op Zich genomen, Als borg betalende de schuld, die wij gemaakt hadden.


Lukas 1
79 Om te verschijnen dengenen,23 die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods; om onze voeten te richten op den weg des vredes.
23)verschijnen dengenen, Of, verlichten.

* 'zeer hoog' ziet op: zekerheid, grootheid:
Jesaja 52
13 Ziet,45 Mijn46 Knecht47 zal verstandelijk48 handelen; Hij zal49 verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden.
45)Ziet, Hier beginnen sommigen Jes. 53.   46)Mijn Dit spreekt God de Vader.   47)Knecht Te weten Christus, gelijk boven Jes. 42:1.   48)verstandelijk Of, gelukkiglijk, voorzichtiglijk, voorspoediglijk handelen; dat is, hij zal het ambt, hetwelk Ik hem opgelegd heb, wel en bekwamelijk verrichten.   49)Hij zal Zie Filipp. 2:9.

Psalm 77
21 Gij leiddet34 Uw volk, als een kudde door de hand35 van Mozes en Aaron.
34)leiddet Als een herder voerende het door de woestijn naar het land Kanaän en zorg voor hen dragende, enz., alzo Ps. 78:52.   35)hand Dat is, de dienst.
Jesaja 53
10b en het welbehagen52 des HEEREN zal door Zijn hand53 gelukkiglijk voortgaan.
52)het welbehagen Te weten het werk onzer verlossing en het vergaderen der uitverkorenen uit alle volken door de predikatie van het heilige Evangelie, hetwelk alsdan voornamelijk is aangegaan, nadat Christus ten hemel was opgevaren; Matth. 28:19.



Gebed aan het einde van de dienst:

O Vader, dat Uw liefde ons blijk';
O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk;
O Geest, zend Uwe troost ons neer;
Drieënig God, U zij al de eer.
Amen



Jezus is Zaligmaker.
De naam "Jezus" betekent "Jahweh is redding" of "Jahweh redt".
Want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. Zaligmaken is verlossen van het grootste kwaad en brengen tot het hoogste goed. Het grootste kwaad is niet slechts dat we zondaren zijn, maar dat we door de zonde buiten God leven en Zijn gemeenschap missen. Dat is de volle dood. Daarvan wil Jezus verlossen en tot het hoogste goed brengen, dat is tot Gods gemeenschap en het eeuwige leven.

Maarten Luther (1483 - 1546):"God verlost de mens van zonde , schuld en dood, door zijn zonden te vergeven en hem zo te "rechtvaardigen". Het is een "iustificatio imputativa", een toegerekende gerechtigheid. Waarom toegerekend? Omdat God het de zondige mens "toerekent" ter wille van het volbrachte werk van Christus. De Heiland heeft aan Gods gerechtigheid voldaan voor iedereen die in Hem gelooft. De mens wordt dan rechtvaardig verklaard doordat God hem ter wille van Christus de zonden vergeeft. Het is een "aliëna iustitia", de gerechtigheid van iemand anders, van Christus, die de mens toevalt. "Nihil iustificat nisi sola fides Christi"  (Niets rechtvaardigt behalve het geloof in Christus). "Iustus ex fide vivet" (De rechtvaardige leeft uit het geloof)."