donderdag 28 maart 2019


Jesaja 40


10 Ziet, de Heere HEERE40 zal komen tegen den sterke,41 en Zijn arm zal heersen;42 ziet, Zijn loon43 is bij Hem,44 en Zijn arbeidsloon45 is voor Zijn aangezicht.
11 Hij zal Zijn kudde46 weiden47 gelijk een herder; Hij zal de lammeren48 in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden49 zal Hij zachtjes leiden.
12 Wie heeft50 de wateren met Zijn vuist51 gemeten, en van de hemelen met de span de maat genomen, en heeft met een drieling52het stof der aarde begrepen, en de bergen gewogen in een waag, en de heuvelen in een weegschaal?
13 Wie heeft den Geest53 des HEEREN bestierd,54 en wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen?55
14 Met wien56 heeft Hij raad gehouden, die Hem verstand57 zou geven, en Hem zou leren van het pad des rechts, en Hem wetenschap zou leren, en Hem zou bekend maken den weg des veelvoudigen58verstands?
15 Ziet, de volken zijn geacht59 als een druppel60 van een emmer, en als een stofje van de weegschaal;61 ziet, Hij werpt62 de eilanden henen als dun stof!



40) de Heere HEERE
Te weten Christus. Dit zijn nu de woorden van den profeet.

41) tegen den sterke,
Te weten den duivel van de hel, Matth. 12:29Joh. 12:31Col. 2:15Hebr. 2:141 Joh. 3:8. Anders: met een sterke[hand].

42) zal heersen;
Anders, zal over hem [te weten den Satan] heersen; dat is, Christus zal den duivel overwinnen. [Alzo wordt heersenvoor overwinnen genomen, onder Jes. 41:2]. Hij zal hem zijne wapenen uittrekken en zijne macht benemen. Vergelijk Luk. 11:21Joh. 12:31Col. 2:15Hebr. 2:14.

43) Zijn loon
Dat is, de straf, die Hij dien sterke en deszelfs aanhangers geven zal, te weten den Satan en den goddelozen mensen, dien zal Hij de eeuwige verdoemenis geven en de genadige beloning aan zijne uitverkorenen. Vergelijk Rom. 2:6Openb. 22:12.

44) bij Hem,
Te weten bij den Heere; gelijk Jes. 62:11.

45) Zijn arbeidsloon
Hebreeuws, zijn werk; dat is, werkloon, of vergelding, die Hij den mensen naar hun werk geven zal; vergelijk Jer. 22:13, met de aantekening.

46) Zijn kudde
Dat is, zijne schapen, de gelovigen. Zie Ezech. 34:23,24, en Job 10:11.

47) weiden
Dat is, onderrichten en onderwijzen door de predikatie van zijn Woord.

48) de lammeren
Dat is, de nederigen en verslagenen van gemoed zal Hij vriendelijk aannemen en troosten; Matth. 11:28.

49) zogenden
Of, dragende.

50) Wie heeft
Alsof hij zeide: Heeft het niet Jezus Christus, als een almachtig God, gedaan? wiens macht, wijsheid en majesteit oneindelijk en onbegrijpelijk zijn.

51) met Zijn vuist
Of, met zijn holle hand.

52) een drieling
Zie de aantekening Ps. 80:6.

53) den Geest
Vergelijk Rom. 11:34, en 1 Cor. 2:16.

54) bestierd,
Of, afgemeten, of afgewogen; dat is volkomenlijk gekend.

55) onderwezen?
Of, geleerd. Hebreeuws, kennis gegeven, of wetende gemaakt.

56) Met wien
Alsof hij zeide: Wie durft zich beroemen dat hij den Heere heeft gewezen den weg, dien Hij ingaan en houden moet om zijne schepselen wijs en rechtvaardig te regeren?

57) die Hem verstand
Of, die hem verstandig zou maken.

58) veelvoudigen
Hebreeuws, der verstandigheden.

59) zijn geacht
Te weten van den Heere, en bij Hem vergeleken zijnde.

60) als een druppel
Te weten als een druppel, die aan een emmer vol water blijft hangen, of als een dropje water, dat in een emmer blijft nadat er het water uitgegoten is.

61) van de weegschaal;
Dat is, dat in de weegschaal blijft, te weten als men poeder of gestoten kruid of iets dergelijks daarin gewogen heeft.


zondag 24 maart 2019

Joël 2


12 Nu dan ook, spreekt de HEERE, bekeert u tot Mij met uw ganse hart,40 en dat met vasten en met geween, en met rouwklage.41 
13 En scheurt uw hart42 en niet uw klederen,43 en bekeert u tot den HEERE, uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig44en groot van goedertierenheid,45 en berouw hebbende over het kwade.46 


40) tot Mij met uw ganse hart,
Hebr. tot mij toe; gelijk enigen dit nemen. Alzo wordt het Hebr. woord in deze zaak ook gebruikt; Deut. 4:30Klaagl. 3:40Hos. 14:2Amos 4:6,8,9,11, betekenende [gelijk sommigen verstaan] dat God niet tevreden is met een schijn, of vliegende gedachte en een los opzet, of half hart, maar dat Hij wil hebben een oprechte afkering van het kwade en bekering tot Hem en het goede, geenzins tot afgoden of andere ijdelheden. En alzo zouden de volgende woorden, idem het scheuren der harten, en met uw ganse hart, dienen tot verklaring van den nadruk van dit woord; verg. Hos. 6:4, en hos. 7:16 met de aantekening. Doch anderen nemen het slechts voor een woord tot.

41) en dat met vasten en met geween, en met rouwklage.
Alzo wordt de Hebr. letter Vau ook elders gebruikt, voor en dat, of zelfs. Zie Jer. 17:10, en onder Joël. 2:32.

42) scheurt uw hart
Verg. Ps. 34:19, en Ps. 51:19.

43) niet uw klederen,
Dat is, niet alleen, zonder de harten te scheuren, niet zozeer, niet voornamelijk; zie Hos. 6:6.

44) lankmoedig
Zie Lev. 14:18.

45) groot van goedertierenheid,
Of, veelvoudig, overvloedig.

46) kwade.
Versta, het kwaad der straf, dat God afwendt, matigt, enz., wanneer Hij menselijk gezegd wordt berouw te hebben, zie Gen. 6:6, alzo in het volgende vers.

1 Korinthiërs 3


18 Niemand bedriege44 zichzelven. Zo iemand onder u dunkt, dat hij wijs is in45 deze wereld, die worde dwaas,46 opdat hij wijs moge worden.47


44) bedriege
Of, verleide.


45) wijs is in
Dat is, begaafd met menselijke wijsheid.


46) die worde dwaas,
Namelijk naar het oordeel van de wereldwijzen, wanneer hij de kennis van Christus' kruis en de nederigheid voor zijn hoogste wijsheid houdt, die de wereld houdt voor dwaasheid. Zie 1 Cor. 1:21,22,23,24.


47) wijs moge worden.
Namelijk in God en in de zaken zijner zaligheid.