Lukas 1
76 En gij, kindeken, zult een profeet des Allerhoogsten genaamd worden; want gij zult voor het aangezicht des Heeren heengaan,19 om Zijn wegen te bereiden;
77 Om Zijn volk kennis der zaligheid te geven, in vergeving hunner zonden.20
78 Door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods,21 met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte;22
79 Om te verschijnen dengenen,23 die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods; om onze voeten te richten op den weg des vredes.
| 19) | des Heeren heengaan, |
| Namelijk van de Messias Jezus Christus. Zie Matth. 3:3. | |
| 20) | in vergeving hunner zonden. |
| Of, tot, met. | |
| 21) | innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods, |
| Grieks ingewanden der barmhartigheid. Een gelijkenis, genomen van de mensen, van wie de ingewanden beroerd worden als het hart sterk met barmhartigheid ontstoken wordt, Gen. 43:30; 1 Kon. 3:26. | |
| 22) | de Opgang uit de hoogte; |
| Daarmede wordt de Messias bedoeld, omdat Hij genoemd wordt een ster uit Jakob opgaande, Num. 24:17, en de zon der gerechtigheid, Mal. 4:2. Anders betekent het Griekse woord ook een opgaande scheut of spruit, zoals de Messias genoemd wordt, Jer. 23:5; Zach. 3:8, en Zach. 6:12, maar Luk. 1:79 toont dat het hier in de eerste betekenis bekwamelijker genomen wordt. | |
| 23) | verschijnen dengenen, |
| Of, verlichten. | |
| 3) | de Zon der gerechtigheid opgaan, |
| Alzo wordt Christus Jezus genoemd, omdat Hij de verstanden door zijn Woord en Geest verlicht, en de harten van de gelovigen verkwikt door vergeving van de zonden en toerekening der gerechtigheid. Verg. Jes. 60:1,19; Dan. 9:24, en Luk. 1:78,79. |
1 Maak u op,1 word verlicht,2 want uw Licht komt,3 en de heerlijkheid4 des HEEREN gaat over u op.5
| 3) | uw Licht komt, |
| Te weten Christus Jezus, die het licht der wereld is, hetwelk de harten van de uitverkorenen verlicht met ware kennis van God. Zie Luk. 2:32; Joh. 1:9 en Joh. 8:12; en Ef. 5:14; of, de tijd uwer verlossing is gekomen. |
Johannes 1
6 Er was een mens van God gezonden,16 wiens naam was Johannes.17
7 Deze kwam tot een getuigenis, om van het Licht te18 getuigen, opdat zij allen door hem geloven19 zouden.
8 Hij was het Licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het Licht getuigen zou.
9 Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht20 een iegelijk mens,21 komende in22 de wereld.
| 18) | het Licht te |
| Dat is, van dat eeuwige Woord, waardoor de mensen ook ter zaligheid verlicht worden. |
Lukas 3
3 En hij kwam in al het omliggende land der Jordaan, predikende den doop der bekering tot vergeving der zonden.
| |