Psalm 110
10 Resch. De vreze des HEEREN is het beginsel14 der wijsheid; Schin. allen, die ze doen,15 hebben goed verstand; Thau. Zijn lof bestaat16 tot in der eeuwigheid.
| 14) | het beginsel |
| Of, het hoofdstuk; dat is, het eerste, of het voornaamste, of het fondament, hetzij ten aanzien van den tijd of van waardigheid. Hij wil zeggen, die de rechte wijsheid begeert te verkrijgen, die moet vooreerst en vooral God vrezen. | |
| 15) | die ze doen, |
| Te weten, de wet, of bevelen; waarvan Ps. 111:7 gesproken wordt; of deze; te weten, deze dingen. | |
| 16) | Zijn lof bestaat |
| Te weten, Gods, waarvan in de voorgaande verzen gesproken is, of van een iegelijk dergenen, die zijne geboden doen. |