zaterdag 24 december 2016



John 6 (KJV)
29 Jesus answered and said unto them, This is the work of God, that ye believe on him whom he hath sent.
30 They said therefore unto him, What sign shewest thou then, that we may see, and believe thee? what dost thou work?
31 Our fathers did eat manna in the desert; as it is written, He gave them bread from heaven to eat.
32 Then Jesus said unto them, Verily, verily, I say unto you, Moses gave you not that bread from heaven; but my Father giveth you the true bread from heaven.
33 For the bread of God is he which cometh down from heaven, and giveth life unto the world.
34 Then said they unto him, Lord, evermore give us this bread.
35 And Jesus said unto them, I am the bread of life: he that cometh to me shall never hunger; and he that believeth on me shall never thirst.
36 But I said unto you, That ye also have seen me, and believe not.
37 All that the Father giveth me shall come to me; and him that cometh to me I will in no wise cast out.



===

"4. Yet again, God is unchanging in his promises. Ah! we love to speak about the sweet promises of God; but if we could ever suppose that one of them could be changed, we would not talk anything more about them. If I thought that the notes of the bank of England could not be cashed next week, I should decline to take them; and if I thought that God's promises would never be fulfilled—if I thought that God would see it right to alter some word in his promises—farewell Scriptures! I want immutable things: and I find that I have immutable promises when I turn to the Bible: for, "by two immutable things in which it is impossible for God to lie," he hath signed, confirmed, and sealed every promise of his. The gospel is not "yea and nay," it is not promising today, and denying tomorrow; but the gospel is "yea, yea," to the glory of God.
Believer! there was a delightful promise which you had yesterday; and this morning when you turned to the Bible the promise was not sweet. Do you know why? Do you think the promise had changed? Ah, no! You changed; that is where the matter lies. You had been eating some of the grapes of Sodom, and your mouth was thereby put out of taste, and you could not detect the sweetness. But there was the same honey there, depend upon it, the same preciousness. "Oh!" says one child of God, "I had built my house firmly once upon some stable promises; there came a wind, and I said, O Lord, I am cast down and I shall be lost." Oh! the promises were not cast down; the foundations were not removed; it was your little "wood, hay, stubble" hut, that you had been building. It was that which fell down. You have been shaken on the rock, not the rock under you. But let me tell you what is the best way of living in the world.
I have heard that a gentleman said to a Negro, "I can't think how it is you are always so happy in the Lord and I am often downcast." "Why Massa," said he, "I throw myself flat down on the promise—there I lie; you stand on the promise—you have a little to do with it, and down you go when the wind comes, and then you cry, 'Oh! I am down;' whereas I go flat on the promise at once, and that is why I fear no fall."
Then let us always say, "Lord there is the promise; it is thy business to fulfill it." Down I go on the promise flat! no standing up for me. That is where you should go—prostrate on the promise; and remember, every promise is a rock, an unchanging thing. Therefore, at his feet cast yourself, and rest there forever."

Source: A Sermon (No. 1)
Delivered on Sabbath Morning, January 7th, 1855, by the REV. C. H. Spurgeon At New Park Street Chapel, Southwark.
"I am the Lord, I change not; therefore ye sons of Jacob are not consumed."—Malachi 3:6




maandag 19 december 2016

Micha 5 vs 1
1 En gij,1 Bethlehem Efratha!2 zijt gij klein3 om te wezen onder de duizenden van Juda?4 Uit u zal5 Mij voortkomen,6 Die een Heerser zal zijn in Israel,7 en Wiens uitgangen zijn8 van ouds, van de dagen der eeuwigheid.9

1)    gij,
    Dat is, u aangaande.
 
2)    Bethlehem Efratha!
    Zie Gen. 35:16,19; Richt. 12:8, met de aantekening. Hebr. Bethlechem; dat is, broodhuis; gelijk Efrath of Efratha [welke ook de naam was van Kalebs huisvrouw, 1 Kron. 2:19,24] komt van vruchtbaarheid.
 
3)    zijt gij klein
    Dat is, gij zijt geenszins klein, Matth. 2:6. Of [hoewel] gij klein zijt, enz. [nochtans] zal, enz. Anders aldus; Het [is wat] kleins, of gerings, een kleine zaak, dat gij zijt onder de duizenden, of voorgangers, vorsten, van Juda. [Verg. de aantekening van deze plaats, gedaan bij de overpriesters en schriftgeleerden voor de koning Herodes, Matth. 2:6]. De zin is: Gij zijt wel klein naar het uiterlijk aanzien, maar gij zult tot zeer grote waardigheid verheven worden door de geboorte van de Messias en Zaligmaker Jezus Christus.
 
4)    duizenden van Juda?
    Dit ziet op de afdeling van de stammen in hun duizenden, hebbende elke duizend zijn hoofd en overste, of leidsman en voorganger, zie Richt. 6:15; 1 Sam. 10:19, met de aantekening. Idem 1 Kron. 12:20. Daarom staat bij Matth. 2:6, onder de vorsten, of voorgangers, leidslieden, hertogen; zijnde daarenboven de twee Hebr. woorden, die duizend en een leidsman, of voorganger betekenen, elkander zeer na verwant en van één oorsprong.
 
5)    Uit u zal
    Naar zijn menselijke natuur en ten aanzien dat het eeuwig en zelfstandig Woord van de Vader vlees zal worden, zo zal hij in u, o Bethlehem, geboren worden, en alzo uit u voortkomen, of uitgaan.
 
6)    Mij voortkomen,
    Woorden van God de Vader.
 
7)    Die een Heerser zal zijn in Israël,
    Hebr. om een heerser te zijn.
 
8)    uitgangen zijn
    Of, hoewel zijn uitgangen, gelijk het woord uitgaan, of voortkomen, in het voorgaande gebruikt is van Christus voortkomst uit Bethlehem naar zijn mensheid, omdat Hij aldaar uit Maria zou geboren worden; alzo wordt hetzelfde Hebreeuwse woord hier nu gebruikt van zijn eeuwige voortkomst of uitgang van de vader, tot betekenis van zijn eeuwige godheid en Goddelijke geboorte van de Vader, en dat in het veelvoudige getal, uitgangen, hetwelk niet vreemd in de Hebreeuwse taal, inzonderheid tot betekenis van iets groots en iets bijzonders, [zie Obad. 1:21,enz.], als daar is de eeuwigheid van de Zoon met de Vader en zijn onbegrijpelijke geboorte van dezelve. Zie Hebr. 1:3.
 
9)    van ouds, van de dagen der eeuwigheid.
    Dat is, vóór het begin der schepping, ja van eeuwigheid, of eeuwige tijden af. Verg. Spreuk. 8:22,23,24,30,31; Joh. 1:1, en Joh. 17:5. Dat het Hebr. woord kredem, als het van God gebruikt wordt, somtijds eeuwigheid betekent, zie daarvan Deut. 33:27 met de aantekening.

zondag 18 december 2016


Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Ds. G.J. van Aalst
Tijd: 18 dec. 2016 16.30u

Dienst waarbij 3 kinderen zijn gedoopt met de Heilige Doop in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Lukas 1
37 Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.


Hoe is het mogelijk

1 Een Kind geboren
2 Een Zoon gegeven
3 De heerschappij is op Zijn schouders

Gezongen:
Lofzang van Maria 1
Lofzang van Maria 7
Psalm 105, 5
Psalm 132 8, 11, 12
Gebed des Heeren 3


"Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn."

Lukas 1
35 En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.

King James Version:
35 And the angel answered and said unto her, The Holy Ghost shall come upon thee, and the power of the Highest shall overshadow thee: therefore also that holy thing which shall be born of thee shall be called the Son of God.

Onuitsprekelijk wonder.

Geloof is nodig:
"....En in één Heere Jezus Christus, den eniggeboren Zoon van God, geboren uit den Vader vóór alle eeuwen; God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; ..."

Jesaja 54
8 In een kleinen25 toorn heb Ik Mijn aangezicht26 van u een ogenblik27 verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij uwer ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser.
9 Want dat zal Mij zijn28 als de wateren van Noach, toen Ik zwoer,29 dat de wateren van Noach30 niet meer over de aarde zouden gaan; alzo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer op u31 toornen,32 noch u schelden zal.33
10 Want bergen34 zullen wijken,35 en heuvelen wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond36 Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer.
35)zullen wijken, Of, mogen, of kunnen wijken. Anders: want al verzetten zich de bergen, enz. De zin is, mijne goedertierenheid over mijne kerk zal eeuwig duren en onveranderlijk blijven, al was het dat alles in de wereld het onderste boven ging.  
36)
het verbond Dat is, het verbond, waardoor Ik u vrede, dat is de eeuwige zaligheid, beloofd heb.


De gelovigen uit de heidenvolken mogen delen in de beloften die God deed aan Abraham en zijn nageslacht. (Hand.2:39, Ef.2:13, Ef.3:6)
Er mochten vanavond nog 3 kinderen gedoopt worden.


Belijdenis des geloofs
Opgesteld in de kerkvergadering van Nicéa, in het jaar 325 n.Chr.

Ik geloof in één God, den almachtigen Vader, Schepper des hemels en der aarde, aller zienlijke en onzienlijke dingen.

En in één Heere Jezus Christus, den eniggeboren Zoon van God, geboren uit den Vader vóór alle eeuwen; God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet gemaakt, van hetzelfde wezen met den Vader, door Wien alle dingen gemaakt zijn. Die om ons mensen en om onze zaligheid, is nedergekomen uit den hemel, en vlees is geworden van den Heiligen Geest uit de maagd Maria, en een mens geworden is; ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus, geleden heeft, en begraven is; en ten derden dage opgestaan is naar de Schriften, en opgevaren is ten hemel; zit ter rechterhand des Vaders, en zal wederkomen met heerlijkheid, om te oordelen de levenden en de doden; wiens rijk geen einde zal hebben.

En in den Heiligen Geest, die Heere is en levend maakt, die van den Vader en den Zoon uitgaat, die te zamen met den Vader en den Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de Profeten.

En één, heilige, algemene en Apostolische Kerk.
Ik beleid één Doop tot vergeving der zonden, verwacht de opstanding der doden, en het leven der toekomende eeuw. Amen.

Woorden van de Heere Jezus zelf toen Hij in de wereld was:
Johannes 12
46 Ik ben een Licht, in de55 wereld gekomen, opdat een iegelijk, die in Mij gelooft, in de duisternis niet blijve.
47 En indien iemand Mijn woorden gehoord, en niet geloofd zal hebben, Ik oordeel hem niet;56 want Ik ben niet gekomen,57 opdat Ik de wereld oordele, maar58 opdat Ik de wereld zalig make.



Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Ds. G.J. van Aalst
Tijd: 18 dec. 2016 10.00u

Lukas 1 vers 15a
15 Want hij zal groot zijn voor den Heere;

Rechtvaardig voor God
1 Bedienen voor God
    8 En het geschiedde, dat, als hij het priesterambt bediende voor God, in de beurt zijner dagorde.
2 Groot voor God
    15 Want hij zal groot zijn voor den Heere;
3 Bereid voor God
    17 En hij zal voor Hem heengaan, in den geest en de kracht van Elias, om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen, en de ongehoorzamen         tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen, om den Heere te bereiden een toegerust volk.
4 Gabriel voor God
5 Staan voor God
    19 En de engel antwoordde en zeide tot hem: Ik ben Gabriël, die voor God sta, en ben uitgezonden, om tot u te spreken, en u deze dingen te verkondigen.

Lukas 1 vs 13, de eerste woorden van de Engel: "Vrees niet, Zacharias!"
Zullen wij vrezen bij de wederkomst van Christus als er een menigte van engelen zal zijn?

Het allesverbrandende offer is nodig om te kunnen komen tot God.

Het allesverbrandende offer: Christus die aan het kruis is gestorven

Buiten dat allesverbrandende offer is God een verterend vuur en zullen mensen zeggen bij Christus wederkomst: Openbaringen 6
16:
En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams.

Maar blijdschap en verheuging over Johannes de Doper, als wegbereider voor de komst van de Messias.
Marcus 1, 2b
"Zie, Ik zend mijn bode voor uw aangezicht uit, die uw weg bereiden zal"

Jesaja 40
3 Een stem12 des roependen13 in de woestijn: Bereidt den weg14 des HEEREN, maakt recht in de wildernis15 een baan16 voor onzen God!
12)    Een stem
    Te weten ten tijde der komst van Christus.
13)    des roependen
    Of, van den prediker; te weten van Johannes den Doper. Zie Mal. 3:1; Matth. 3:3; Mark. 1:3; Luk. 3:4; Joh. 1:23.
14)    Bereidt den weg
    Dat is, weert uit uwe harten alle boosheid en verdorvenheid, en zoekt bij Christus vergeving derzelve, opdat Hij tot u inkere en in uwe harten wone.
15)    in de wildernis
    Aldus noemt Hij de zondige wereld, of de boosheid der mensen in dezelve. Of, deze woorden kunnen zien op de plaats, waar Johannes de Doper gepredikt heeft.
16)    baan
    Of, gehoogden weg, straat.

Lukas
14 En u zal blijdschap en verheuging zijn, en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden.
15 Want hij zal groot zijn voor den Heere; noch wijn, noch sterken drank zal hij drinken, en hij zal met den Heiligen Geest vervuld worden, ook van zijner moeders lijf aan.
17 En hij zal voor Hem heengaan, in den geest en de kracht van Elias, om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen, om den Heere te bereiden een toegerust volk.


Gezongen:
Psalm 68 : 3
Psalm 119 : 77
Lofzang van Zacharias 1, 2
Psalm 130 : 3
Psalm 42 : 5

Vers 5
Maar de HEER zal uitkomst geven,
Hij, die 's daags Zijn gunst gebiedt;
'k Zal in dit vertrouwen leven,
En dat melden in mijn lied;
'k Zal Zijn lof zelfs in den nacht
Zingen, daar ik Hem verwacht;
En mijn hart, wat mij moog' treffen,
Tot den God mijns levens heffen.