woensdag 5 april 2017

* For all the promises of God in Him are yes, and in Him Amen

2 Corinthians 1
20 For all the promises of God in Him are yes, and in Him Amen, unto the glory of God through us.
 
"The first thing I notice in the text is, THE DIGNITY OF THE PROMISES. Notice the apostle's words: "For all the promises of God in Him are yes." These promises were all made according to the purpose of His own will. We sometimes read, or hear, or speak of the promises written in God's Word, but do not give them as much credit as if they were the promises of a friend, or of our father, or our brother. If we valued them more, we should believe them better. We have many proverbs to remind us what poor and frail things the promises of men are; but those of which Paul writes are "the promises of God." Men often change their minds; even the apostle did that, and therefore he was wise to try to take the thoughts of those, to whom he was writing, off from the promises even of an apostle, which were liable to change, and which might very properly not be carried out because of altered circumstances, and lead them away to the promises of God, which are unfailing and unchangeable, and are always fulfilled to His glory and to our profit."

Source:
A sermon intended for reading on Lord's-day, January 14, 1900. Delivered by C. H. Spurgeon, at the Metropolitan Tabernacle, Newington - London, on Thursday evening, August 31, 1882.


Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Ds. J. Mijnders
Tijd: 2 april 2017 10.00u
Thema: Een hoogst ernstige vraag

1. De aanleiding tot die vraag
2. Het zelfonderzoek aangaande die vraag
3. Het antwoord op die vraag

Mattheus 26
20 En als het avond geworden was,22 zat Hij aan met de twaalven.
21 En toen zij aten, zeide Hij: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij zal verraden.
22 En zij, zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere?
23 En Hij, antwoordende, zeide: Die de hand23 met Mij in den schotel indoopt, die zal Mij verraden.
22)het avond geworden was, Christus heeft dan het pascha gegeten ter rechter tijd, op den avond van den veertienden dag, gelijk God bevolen had, Exod. 12:6,18; Lev. 23:5. Doch de Joden hebben hetzelve toen ter tijd eerst gegeten des anderen daags des avonds, gelijk blijkt uit de gehele geschiedenis en inzonderheid Joh. 18:28. Hetwelk geschiedde uit een oud gebruik, waardoor zij, als de veertiende dag viel op den dag voor den sabbat, denzelven verzetten op den volgenden sabbat, opdat zij niet genoodzaakt zouden zijn twee dagen aan elkander van hun werk te rusten. Zo is dan Christus, het ware pascha, op den rechten dag van God geordonneerd voor onze zonden opgeofferd.
23)Die de hand Dat is, een die met mij dagelijks eet, die mijn huis- en tafelgenoot is. Zie Ps. 41:10; Mark. 14:20; Joh. 13:18. Niet dat Christus toen juist met hem tezamen indoopte; want zo zouden de discipelen zekerlijk hebben kunne weten wie hij was.


Hij Die het heilig avondmaal heeft ingesteld Die moet centraal staan.
Psalm 84 vs 6
Psalm 119 vs 4
Psalm 19 vs 5, 7
Psalm 25 vs 2
Psalm 119 vs 88

De taak van de voetwassing wordt verzuimd. Maar die taak wordt door Jezus in liefde gedaan. Hij wast ook de voeten van Judas terwijl Hij wist dat Hij door Judas verraden zou worden.

Het grote verschil tussen de vraag van Judas en van de andere discipelen:
Judas vraagt "Ben ik het, Rabbi?"
De vraag van de andere discipelen: "Ben ik het, Heere?"

2 Korinthe 13
5 Onderzoekt uzelven12, of gij in het geloof zijt, beproeft uzelven.


12)    Onderzoekt uzelven
    Namelijk om zekerlijk in uw gemoed overtuigd te worden van de waarheid van mijn apostelschap; want zulks doende zult gij bevinden dat gij het ware geloof in Christus hebt, en dat Christus in u door Zijn Geest leeft, hetwelk gij door het Evangelie hebt verkregen.