dinsdag 7 januari 2020

Jesaja 1

16 Wast u, reinigt u, doet de boosheid uwer handelingen van voor Mijn ogen weg, laat af van kwaad te doen.

17 Leert goed te doen, zoekt het recht, helpt den verdrukte, doet den wees recht, handelt de twistzaak der weduwe.

18 Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.

19 Indien gijlieden willig zijt en hoort, zo zult gij het goede dezes lands eten;  



"1 Zij konden niet met reden iets meer verwachten dan dat, wanneer zij berouw toonden en zich bekeerden, zij hersteld zouden worden in de gunst van God, niettegenstaande hun vroegere tergingen. Hier is geen straf opgelegd, noch het juk zwaarder gemaakt. Hij spreekt niet: "Indien u volkomen gehoorzaam bent", maar "Indien gij willig zijt", want indien er een gewillig gemoed is, het wordt aangenomen. Al hun zonden zouden worden vergeven en zij zouden niet meer tegen hen genoemd worden. Ofschoon onze zonden waren als scharlaken en karmozijn, een diep-donkere kleur, ofschoon wij vaak door onze vele afvalligheden ondergedompeld zijn in de zonde, ofschoon wij lang daarin gelegen hebben, ze ons doordrongen hebben zoals de scharlaken verf een kleed doordringt, toch zal vergevende genade de vlek door en door wegnemen. Wanneer wij onszelf reinigen door berouw en bekering (vs 16), zal God ons wit maken door een volle vergeving. "Indien gij gewillig zijt en hoort, zo zult gij het goede dezes lands eten, het land der belofte." Wanneer de zonden zijn vergeven, dan zijn de vertroostingen in de schepping inderdaad vertroostingen.

2 Zij konden in redelijkheid niet anders verwachten dan dat, indien zij halsstarrig voortgingen in hun ongehoorzaamheid, het oordeel van de wet aan hen zou worden voltrokken (vs 20)."


Matthew Henry