donderdag 11 augustus 2016

7 aug 2016 16.30u

Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorlezer: kand. M. T. Al-Chalabi
Tijd: 7 aug 2016  16.30u


Hooglied 5 vers 2 tot 8
2 Ik sliep, maar mijn hart waakte, de stem mijns Liefsten, Die klopte, was: Doe Mij open, Mijn zuster, Mijn vriendin, Mijn duive, Mijn volmaakte! want Mijn hoofd is vervuld met dauw, Mijn haarlokken met nachtdruppen.
3 Ik heb mijn rok uitgetogen, hoe zal ik hem weder aantrekken? Ik heb mijn voeten gewassen, hoe zal ik ze weder bezoedelen?
4 Mijn Liefste trok Zijn hand van het gat der deur; en mijn ingewand werd ontroerd om Zijnentwil.
5 Ik stond op, om mijn Liefste open te doen; en mijn handen drupten van mirre, en mijn vingers van vloeiende mirre, op de handvaten des slots.
6 Ik deed mijn Liefste open, maar mijn Liefste was geweken, Hij was doorgegaan; mijn ziel ging uit vanwege Zijn spreken; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet, ik riep Hem, doch Hij antwoordde mij niet.
7 De wachters, die in de stad omgingen, vonden mij, zij sloegen mij, zij verwondden mij; de wachters op de muren namen mijn sluier van mij.
8 Ik bezweer u, gij dochters van Jeruzalem! indien gij mijn Liefste vindt, wat zult gij Hem aanzeggen? Dat ik krank ben van liefde.


Vers 4

1 Slapende bruid
2 Ontroerde bruid
3 Zoekende bruid

Vs 6 7 8

Gezongen:
Psalm 40 vs 4
Psalm 119 vs 66, 68
Psalm 45 5
Psalm 45 6


Hooglied, het lied der liederen.
Salomo spreekt hier niet over zijn eigen huwelijk


Een lelie onder de distelen vandaan.
Hoofdstuk 4 vers 16. Doorwaai mijn hof.
De Heilige Geest vertroost en bemoedigd.
Het gebed wordt verhoort.
  Ik ben in mijn hof gekomen.

Ze slaapt. Zoekt de rust. Maar haar hart waakt.

Het tekent Gods kinderen die slapen. Op het bed van zonde, eigengerechtigheid, zorgeloosheid.

Vers 2.
"Die klopte" Dat ziet op een voortdurend kloppen.
"Mijn zuster". Dat ziet op een gelijk niveau.
Maar ze laat Hem in de kou staan.

Een duif blinkt uit in getrouwheid.
"Mijn volmaakte".

Vers 7 is de wereld.
Vers 8 is Gods volk.

7 aug 2016 10.00u

Plaats: Barendrecht

Kerk: Gereformeerde Gemeente

Voorlezer: kand. M. T. Al-Chalabi

Tijd: 7 aug 2016  10.00u


Jona 2 vers 6


6 Ik was nedergedaald tot de gronden der bergen; de grendelen der aarde waren om mij henen in eeuwigheid; maar Gij hebt mijn leven uit het verderf opgevoerd, o HEERE, mijn God!


Het graf van Jona


Jona nedergedaald in het graf

Jona gevangen in het graf

Jona verlost uit het graf


Psalm 72 10

Psalm 119 58

Psalm 114 3 4

Psalm 42 5

Psalm 107 8


31 juli 2016 15.30u


Plaats: Barendrecht

Kerk: Gereformeerde Gemeente

Voorlezer: ouderling C. Moree

Tijd: 31 juli 2016  15.30u


Spreuken 30 vers 25, 26

25 De mieren zijn een onsterk volk; evenwel bereiden zij in de zomer haar spijs.


Wijze lessen van de mieren:

Ze denken vooruit

Ze zijn ijverig en werken doelgericht

Ze werken samen en voor elkaar

Ze verdelen de taken

Ze maken elkaar wakker na een winterslaap


Een mier is niet knap maar wel wijs


Spr 6 1 11

1 Mijn zoon! zo gij voor uw naaste borg geworden zijt, voor een vreemde uw hand toegeklapt hebt;

2 Gij zijt verstrikt met de redenen uws monds; gij zijt gevangen met de redenen uws monds.

3 Doe nu dit, mijn zoon! en red u, dewijl gij in de hand uws naasten gekomen zijt; ga, onderwerp uzelven, en sterk uw naaste.

4 Laat uw ogen geen slaap toe, noch uw oogleden sluimering;

5 Red u, als een ree uit de hand des jagers, en als een vogel uit de hand des vogelvangers.

6 Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs;

7 Dewelke, geen overste, ambtman noch heerser hebbende,

8 Haar brood bereidt in den zomer, haar spijs vergadert in den oogst.

9 Hoe lang zult gij, luiaard, nederliggen? Wanneer zult gij van uw slaap opstaan?

10 Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende;

11 Zo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar, en uw gebrek als een gewapend man.


Gezongen:

Psalm 48 1, 4

Psalm 1 1, 2

Psalm 104 14, 18

Psalm 25 2, 4


Wetenschappers zeggen vaak "Er is geen God".

Lukas 10 vers 21

Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard; ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U.


Mieren denken vooruit. Mieren zijn bezig met voorbereiding voor de toekomst.

Jonathan Edwards heeft gebeden tot de Heere: Wilt U 'eeuwigheid' in mijn ogen schrijven (in mijn gezichtsveld, om het altijd te zien).

"Lord, stamp 'eternity' on my eyeballs."

Je weet niet of je nog een zomer of winter in je leven krijgt.


Spreuken 12 vers 27

27 Een bedrieger zal zijn jachtvang niet braden; maar het kostelijk goed des mensen is des vlijtigen.


Luie jagers, het is te vrezen dat de kerk er vol mee zit.

Laat je wat je verzameld heb zo maar verrotten?

Spreuken 13 vers 4

4 De ziel des luiaards is begerig, doch er is niets; maar de ziel der vlijtigen zal vet gemaakt worden.


Spreuken 6 vers 8:

...haar spijs vergaderd in de oogst. Mieren hebben geen ambtman of heerser.

Wij hebben aanmoedigers nodig helaas. Is de eeuwigheid onbelangrijk?


De ijver van mieren is doelgericht.

Geen mooie takken of mooie steentjes slepen ze weg.

Hoe druk hebben we het zelf met vanalles vergaderen?


Mensen in de kerk horen aan elkaar verbonden te zijn.

Mieren vechten niet tegen elkaar.

Niet kwaadspreken over elkaar.


Daniel aan het hof van Babel. Hij eet niet meer mee. Hij trekt een streep, vrienden zijn vijanden geworden.


1 Petrus 4

11 Indien iemand spreekt, die spreke als de woorden Gods; indien iemand dient, die diene als uit kracht, die God verleent; opdat God in allen geprezen worde door Jezus Christus, Welken toekomt de heerlijkheid en de kracht, in alle eeuwigheid. Amen.


Elke gelovige heeft een gave.

Die is gegeven voor de gemeente, het lichaam van Christus.

Zien uw buren daar iets van?

We moeten alleen maar goed van de Koning der koningen spreken.