zaterdag 1 april 2017

Psalm 134
O Lord my God, thou art very great; thou art clothed with honour and majesty.
Who coverest thyself with light as with a garment: who stretchest out the heavens like a curtain.


Isaiah 45
12b I, even my hands, have stretched out the heavens, and all their host have I commanded.
 

"And He is The One to whom we are accountable."




Hebreeën 4
12  
Levend immers is het woord van God, en werkzaam en scherper snijdend dan enig tweesnijdend zwaard, en het woelt diep tussen ziel en geest, weefsels en merg, en het oordeelt overleggingen en bedoelingen van een hart.
13  
En geen schepsel is verborgen voor zijn aanschijn, maar naakt en ontmaskerd is alles voor de ogen van hem bij wie wij de verantwoording afleggen.

maandag 27 maart 2017

Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Ds. M. Karens
Tijd: 26 maart 2017 10.00u

Tekst:
Mattheus 26
62 En de hogepriester, opstaande, zeide tot Hem: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?
63 Doch Jezus zweeg stil.57 En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God?
64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd.58 Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen59, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels.


Thema: Jezus voor het sanhedrin
Hoofdpunten:
1. Het zwijgen van Jezus
"Doch Jezus zweeg stil."
2. De vraag aan Jezus
"En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God?"
3. Het getuigenis van Jezus
"Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels."

Psalmen
Psalm 22
Vers 4
Al wie mij ziet, bespot mij, boos te moê;
Men schudt het hoofd, men steekt de lip mij toe.
Daar ik 't gebed tot God vertrouwend doe,
Moet ik nog horen:
"Dat God, op Wien hij steunt, hem gunstig' oren
Verleen', hem redd';
Dat die nu hulp doe komen,
En hem, in wien Hij heeft Zijn lust genomen,
In ruimte zett'".
119 vers 3
Psalm 69
Vers 2
Men telt veeleer de haren van mijn hoofd,
Dan hen, die mij, doch zonder oorzaak, haten;
Men zoekt mijn dood; geen onschuld kan mij baten;
Hen zie ik sterk, maar mij van kracht beroofd.
Men eist van mij, daar ik m' onschuldig ken,
't Geroofde weer; 'k moet voor voldoening zorgen.
Gij weet, o God, hoever ik strafbaar ben;
U is mijn schuld, mijn dwaasheid, niet verborgen.
Vers 3
Beschaam door mij de stille hope niet
Van hen, die U, o HEER der legerscharen,
Verwachten; laat geen schande wedervaren
Aan hen, die U steeds zoeken in verdriet.
Met mij verging hun hoop, o Isrels God,
Daar ik mijn smaad om Uwentwil moet dragen.
Mijn aanschijn is bedekt met schand' en spot;
Helaas, wat heb ik stof tot bitter klagen!
Psalm 118
Vers 11
De steen, dien door de tempelbouwers
Veracht'lijk was een plaats ontzegd,
Is, tot verbazing der beschouwers,
Van God ten hoofd des hoeks gelegd.
Dit werk is door Gods alvermogen,
Door 's HEEREN hand alleen geschied;
Het is een wonder in onz' ogen;
Wij zien het, maar doorgronden 't niet.
Psalm 45
Vers 1
Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen,
Zal 't schoonste lied van enen Koning zingen;
Terwijl de Geest mijn gladde tonge drijft;
Is z' als de pen van een, die vaardig schrijft.
Beminlijk Vorst, uw schoonheid hoog te loven,
Gaat al het schoon der mensen ver te boven;
Genâ is op uw lippen uitgestort,
Dies G' eeuwiglijk van God gezegend wordt.


De Schaapspoort was een poort van de stad Jeruzalem. Zij was dicht bij de tempel, ten tijde van Nehemia aan de noordzijde van de stad. Zij werd de Schaapspoort genaamd, omdat de schapen tot de offerdienst geschikt, door deze poort de stad werden ingevoerd.

Jezus in de rechtszaal.

Psalm 122
5 Want daar zijn8 de stoelen des9 gerichts gezet, de stoelen van het huis van David.

Wat hebben ze gezocht, maar ze hebben niets gevonden.
Mattheus 26
59 En de overpriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet.55

Wat had Jezus getuigen kunnen oproepen voor in de rechtszaal!
De blindgeborene:
Johannes 9
7 En zeide tot hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (hetwelk overgezet wordt: uitgezonden). Hij dan ging heen en wies zich, en kwam ziende.
De Samaritaanse vrouw:
Johannes 4
13 Jezus antwoordde, en zeide tot haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal wederom dorsten:
14 Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven.

Jaïrus:
Markus 5
42 En terstond stond het dochtertje op, en wandelde; want het was twaalf jaren oud; en zij ontzetten zich met grote ontzetting.
En vele anderen. Want Johannes 20 vermeldt dat de genoemde wonderen slechts een klein deel uitmaken van alle wonderen die Jezus verrichtte.
Johannes 20
30 Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid Zijner discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek;
31 Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.
"Maar ten laatste". Met heel veel moeite komen er uiteindelijk twee valse getuigen.
Mattheus 26
61 Maar ten laatste kwamen twee valse getuigen, en zeiden: Deze heeft gezegd:56 Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dagen denzelven opbouwen. 56)Deze heeft gezegd: Dit was een verdraaiing van de woorden van Christus, Joh. 2:19, want Christus heeft aldaar niet gezegd: Ik kan den tempel afbreken. enz., maar: breekt gij den tempel af, enz., verstaande dat van den tempels zijns lichaams.
Over het afbreken van het heilige godsgebouw, de tempel.

Er is een rechtszaak, maar in Mattheus 26 vers 59 ligt het vonnis al vast: ".. opdat zij Hem doden mochten"

Mattheus 26
63 Doch Jezus zweeg stil.57
57)zweeg stil. Om daarmede te kennen te geven dat deze zaak zo ongegrond was, dat zij niet waardig was beantwoord te worden. 
In Lukas 23 staat "doch Hij antwoordde hem niets."

Als God vragen gaat stellen aan mensen zonder dat ze geloven in Jezus Christus als Verlosser zullen ze op duizend vragen geen antwoord kunnen geven.
Job 9
2 Waarlijk, ik weet, dat het zo is; want hoe zou de mens rechtvaardig zijn bij God?
3 Zo Hij lust heeft, om met hem te twisten, niet een uit duizend zal hij Hem beantwoorden.

Wat heeft Jezus veel gesproken. Woorden van eeuwig leven.

Mattheus 5, de zaligsprekingen.
Onder andere:
6 Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.
Mattheus 11
28 Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid36 en belast zijt,37 en Ik zal u rust geven.
Lukas 9

56 Want de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden.

Om Sions wil heeft Jesaja niet gezwegen.
Jesaja 62
1 Om1 Sions wil2 zal ik niet zwijgen,3 en om Jeruzalems wil zal ik niet stil zijn;4 totdat haar gerechtigheid5 voortkome6 als een glans, en haar heil als een fakkel, die brandt.
3)niet zwijgen, Dat is, ik zal niet ophouden de troostelijke beloftenissen, die God mij geopenbaard heeft van zijne kerk te verkondigen; zie Ps. 122:6, en 2 Tim. 4:2.


Hij verdraagt zondige mensen.
Matthes 23
37b ..hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugels; en gijlieden hebt niet gewild.

Hij is gekomen om de wil van Zijn Vader te doen.
Jesaja 53
7b ..als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.
Een gedeelte uit het formulier van het Heilig Avondmaal:
"Hij is onschuldig ter dood veroordeeld, opdat wij in Gods gericht zouden worden vrijgesproken. Hij heeft zelfs Zijn gezegend lichaam aan het kruis laten nagelen, opdat Hij het handschrift van onze zonden daaraan zou hechten. Zo heeft Hij onze vloek op Zich geladen, opdat Hij ons met Zijn zegen zou vervullen. Hij heeft Zich met lichaam en ziel aan het kruishout tot in de allerdiepste smaad en in de angst der hel vernederd, toen Hij met luider stem riep: 'Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten?', opdat wij in Gods nabijheid zouden verkeren en door Hem nooit meer verlaten zouden worden. Uiteindelijk heeft Hij met Zijn dood en bloedstorting het nieuwe en eeuwige verbond der genade en verzoening bevestigd, toen Hij zei: 'Het is volbracht.'."


Hij zweeg om Abrams leugens te verzoenen.
Hij zweeg om Petrus verloochening te verzoenen.
Hij zweeg om al uw ijdele woorden.

Psalm 119 : 69
Gij zijt volmaakt, Gij zijt rechtvaardig, HEER;
Uw oordeel rust op d' allerbeste wetten;
Uw loon, Uw straf beantwoordt aan Uw eer.
Gij eist van ons, dat w' op Uw waarheid letten;
Dat wij altoos op hogen prijs Uw leer
En 't heilig recht van Uw getuig'nis zetten.

Romeinen 8
33 Wie zal beschuldiging inbrengen91 tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt.92
34 Wie is het, die verdoemt?93 Christus is het, Die gestorven is;94 ja, wat meer is, Die ook opgewekt is,95 Die ook ter rechter hand Gods is,96 Die ook voor ons bidt.97


Een voorbeeld om te zwijgen is voor ons: 
Als alles tegen zit.
Als je onrecht wordt aangedaan.

Het zwijgen van Aaron als voorbeeld voor ons.
Leviticus 10
3b Doch Aaron zweeg stil.
Psalm 62 : 4
Doch gij, mijn ziel, het ga zo 't wil,
Stel u gerust, zwijg Gode stil;

De avondzang vers 7: "O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk"


Lukas 22
67 Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven;
Geloven wij in Jezus Christus?

Hebreen 7
26 Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden;


De vraag van Kajafas de hogepriester:
Mattheus 26
Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God? 64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd.

"Gij hebt het gezegd." Ds. Karens zei: ik denk dat het ademloos stil geworden is in de rechtszaal.

"Ik ben de Zoon van God."
"Ik ben de Christus."

"Ik ben het Die met u spreek"

Johannes 4
25 De vrouw zeide tot Hem: Ik weet, dat de Messias komt (Die genaamd wordt Christus); wanneer Die zal gekomen zijn, zo zal Hij ons alle dingen verkondigen
26 Jezus zeide tot haar: Ik ben het, Die met u spreek.

"Die met u spreekt, Dezelve is het."
Johannes 9
35 Jezus hoorde, dat zij hem uitgeworpen hadden, en hem vindende, zeide Hij tot hem: Gelooft gij in den Zoon van God?
36 Hij antwoordde en zeide: Wie is Hij, Heere, opdat ik in Hem moge geloven?
37 En Jezus zeide tot Hem: En gij hebt Hem gezien, en Die met u spreekt, Dezelve is het.


Mattheus 26
64b Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen59, zittende ter rechter hand der kracht Gods
"Van nu aan..."
"Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is"
Filipensen 2
7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;
8 En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.
9 Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;
10 Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.
11 En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.


Hier de doornenkroon. Straks de eerkroon.

In Jesaja 28
16 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen53 in Sion, een beproefden54 steen, een kostelijken hoeksteen, die wel vast55 gegrondvest is; wie gelooft,56 die zal niet haasten.57


Mattheus 21
42 Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen,40 die de bouwlieden verworpen hebben,41 deze is geworden tot een hoofd des hoeks;42 van de Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
40)De steen, Deze steen is Christus, 1 Petr. 2:4, welke de bouwlieden, dat is de schriftgeleerden en overpriesters, verworpen hebben.   41)verworpen hebben, Grieks, afgekeurd.   42)hoofd des hoeks; Dat is, de uiterste hoeksteen, op welke twee muren vast staan en aan elkander gehecht worden, namelijk de gemeente uit de Joden en heidenen bijeengebracht. Zie Ef. 2:13,20 en 1 Petr. 2:7,8.
Ziet u uit naar de wederkomst van Christus?
Mattheus 24
64b ...komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid.

Heidelbergse Catechismus:
Vraag 52
Welke troost geeft het je dat je weet dat Jezus eenmaal wederkomt om de levenden en de doden te oordelen?
Antwoord
Ik verwacht Hem uit de hemel als Rechter, Die zelf werd veroordeeld en mijn straf heeft gedragen. Dan zal Hij zijn vijanden eeuwig straffen, maar mij en alle uitverkorenen in zijn heerlijkheid opnemen.


Helemaal aan het einde van de dienst zei dominee Karens:

"Zoek de HEERE en leef!"