zaterdag 11 februari 2017

* Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof


Romeinen 3

16 Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet;30 want het is een kracht Gods tot zaligheid31 een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood,32 en ook den Griek.
17 Want de rechtvaardigheid Gods33 wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof;34 gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige35 zal uit het geloof leven.
33)    de rechtvaardigheid Gods
    Dat is, de rechtvaardigheid, waardoor wij voor het gericht Gods kunnen bestaan, welke is alleen de rechtvaardigheid van Christus, die ons van God wordt geschonken en door het geloof toegerekend.

Een deur is geopend naar het paradijs.
Johannes 10
 9 Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden.

Markus 15
38 En het voorhangsel des tempels scheurde in tweeen,19 van boven tot beneden.
39 En de hoofdman over honderd, die daarbij tegenover Hem stond, ziende, dat Hij alzo roepende den geest gegeven had,20 zeide: Waarlijk, deze Mens was Gods Zoon!

Christ as the Door of Paradise, Porta Paradisi.
Gods schenkende gerechtigheid in Christus.

"Zoals de bruid deelt in de goederen van haar bruidegom, zo deelt de gelovige in de goederen van Christus.
De hele Christus valt de gelovige ten deel. Zijn gerechtigheid wordt mijn gerechtigheid.
Die vereniging met Christus is zo radicaal "dat het mijn eigendom is dat Christus geleefd heeft, gewerkt heeft, gesproken, geleden en gestorven, dat is niet anders als had ik zelf geleeft, als had ik zelf zo gehandeld en gesproken, alsof ik zelf geleden had en gestorven was. Zoals een bruidegom alles heeft wat de bruid heeft en de bruid alles heeft wat de bruidegom toebehoort, alles hoort hen beiden gemeenschappelijk toe. Want ze zijn één vlees, zoals Christus en de gemeente één vlees zijn." 
Prof. Maarten Luther (1483-1546)

"De gelovige ziel beschikt over alles wat van Christus is als was het zijn eigendom. Andersom is het ook waar: alles wat de ziel toebehoort, behoort nu ook Christus toe. Christus is vol genade, leven en heil; de ziel vol zonden, dood en verdoemenis. Dat laatste behoort nu echter Christus toe, de genade, het leven en het heil behoren de gelovige toe. Daarom mag een gelovige vol vertrouwen zeggen: "Als ik gezondigd heb, zo heeft toch mijn Christus niet gezondigd in Wie ik geloof en Wiens hele bezit van mij is, zoals het mijne van Hem is."
Deze existentiële ontdekking van de mens Luther is het hart van de Reformatie. Zijn vraag "Hoe krijg ik een genadig God?" is vandaag niet minder relevant dan toen. En het antwoord vandaag is evenmin anders dan toen: door het geloof in de gekruisigde Christus, Die ons geworden is wijsheid van God, rechtvaardigheid, en volkomen verlossing. (1 Kor. 1 vers 30)
Je moet met je zonden bij Christus zijn; troost vind je alleen in de wonden van Christus. En daar heeft Maarten Luther het gevonden. Zo ontdekte hij: geloven is ruilen. U mijn zonden, ik Uw gerechtigheid."
Dr. M. Klaassen


* Wie heeft onze prediking geloofd

Jesaja 53
1 Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard?
4 Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.
5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.

Mattheus 8
16 En als het laat geworden was, hebben zij velen, van den duivel bezeten, tot Hem gebracht, en Hij wierp de boze geesten uit met den woorde, en Hij genas allen, die kwalijk gesteld waren;15
17 Opdat vervuld zou worden, dat gesproken was door Jesaja, den profeet,16 zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen.
16)    Jesaja den profeet,
    Dit wordt, Jes. 53:4, voornamelijk van onze geestelijke krankheden en ziekten verstaan; dat is, van onze zonden, die Christus van ons op zich geladen heeft, om daarvoor genoeg te doen, en daarmede ook van dezelve te verlossen, hetwelk Hij met de genezingen van lichamelijke ziekten ook heeft te verstaan gegeven

donderdag 9 februari 2017

* Consider the lilies of the field





Matthew 6

28 And why take ye thought for raiment? Consider the lilies of the field, how they grow; they toil not, neither do they spin:

29 And yet I say unto you, That even Solomon in all his glory was not arrayed like one of these.

woensdag 8 februari 2017

* Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem

Johannes 18
37 Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dan48 een Koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat49 Ik een Koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis50 geven zou. Een iegelijk, die uit de waarheid51 is, hoort Mijn stem.52

50)    getuigenis
    Dat is, vrijmoedig belijd en leer.
 
51)    die uit de waarheid
    Dat is, die door het woord der waarheid wedergeboren is, en dienvolgens de zaligmakende waarheid liefheeft.
 
52)    hoort Mijn stem.
    Namelijk gaarne, en alzo dat hij die aanneemt en gelooft.

zondag 5 februari 2017

* As many as received him

'As many as received him to them gave he power to become the sons of God, even to them that believe on his name.' John 1:12.

Having spoken of the great points of faith and justification, we come next to adoption.

The qualification of the persons is, As many as received him.' Receiving is put for believing, as is clear by the last words, to them that believe in his name.' The specification of the privilege is, to them gave he power to become the sons of God.' The Greek word for power, exousia, signifies dignity and prerogative: he dignified them to become the sons of God.

Source: A Body of Divinity — Thomas Watson

* Blessed are the Poor in Spirit


3 Till we are poor in spirit we cannot go to heaven. Theirs is the kingdom of heaven'. This tunes and prepares us for heaven. By nature a man is big with self-confidence, and the gate of heaven is so strait that he cannot enter. Now poverty of spirit lessens the soul; it pares off its superfluity, and now he is fit to enter in at the 'strait gate'. The great cable cannot go through the eye of the needle, but let it be untwisted and made into small threads, and then it may. Poverty of spirit untwists the great cable. It makes a man little in his own eyes and now an entrance shall be made unto him, richly into the everlasting Kingdom' (2 Peter 1:11). Through this temple of poverty, we must go into the temple of glory.

It shows wherein a Christian's riches consist, namely in poverty of spirit. Some think if they can fill their bags with gold, then they are rich. But they who are poor in spirit are the rich men. They are rich in poverty. This poverty entitles them to a kingdom. How poor are they that think themselves rich! How rich are they that see themselves poor! I call it the jewel of poverty'. There are some paradoxes in religion that the world cannot understand; for a man to become a fool that he may be wise (1 Corinthians 3:18); to save his life by losing it (Matthew 16:25); and by being poor to be rich. Reason laughs at it, but Blessed are the poor, for theirs is the kingdom'. Then this poverty is to be striven for more than all riches. Under these rags is hid cloth of gold. Out of this carcass comes honey.

Bron: Blessed are the Poor in Spirit
The Beatitudes: An Exposition of Matthew 5:1-12 — Thomas Watson

Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Ds. J. Mijnders
Tijd: 5 februari 2017 10.00u

Schriftlezing: Markus 5 21-34

Tekst: Markus 5 vers 28
28 Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken,24 zal ik gezond worden.25
25)

gezond worden.

Grieks, behouden.

Thema: Spreekt van behoudenis door gemeenschap

1 Een ongeneeselijke kwaal
2 Een wonderlijk herstel
3 Een hartelijke belijdenis
4 Een gegrond geloof

Palm 147 vs 6
Psalm 119 vs 84
Psalm 38 vs 1, 9, 18
Psalm 27 vs 7
Psalm 68 vs 5

* Een belangrijke vraag aan de gemeente: Wie zoeken we.

2 Korinthe 2
15 Want wij zijn Gode een goede reuk van Christus, in degenen, die zalig worden, en in degenen, die verloren gaan;
16 Dezen wel een reuk des doods ten dode; maar genen een reuk des levens ten leven. En wie is tot deze dingen bekwaam?
Merkus 5 vs 17
17 En zij begonnen Hem te bidden, dat Hij van hun landpalen wegging.17
17)dat Hij van hun landpalen wegging. Namelijk uit vrees van meer schade te lijden, tonende daarmede dat zij hun tijdelijke goederen liever hadden dan Christus en zijn Evangelie.

* Of het geloof van de bloedvloeiende vrouw:

Psalm 68 vs 6:
De buit van 't overwonnen land
Viel zelfs den vrouwen in de hand,
Schoon niet mee uitgetogen.


* Een dodelijke kwaal. Minder zonde doen en een grotere zondaar worden.

Marcus 5
26 .. maar met welke het veeleer erger geworden was;

* Goddelijke geneeskracht:

Marcus 5
28
Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken,24 zal ik gezond worden.25


Thomas Watson over het zaligmakende geloof:

"c. Toe-eigening, of Christus aan onszelf toegepast.
Een medicijn, hoe probaat ook, zal geen nut doen, als het niet toegepast wordt. Hoewel de pleister uit Christus' eigen bloed is samengesteld, zal hij niet genezen, tenzij hij door het geloof wordt toegepast. Het bloed van God zonder het geloof in God zal niet zalig maken. Deze toepassing van Christus wordt genoemd: "Hem aannemen" (ontvangen, Eng. vert.), Johannes 1:12. Als de hand goud ontvangt, maakt dit rijk. Zo ook als de hand des geloofs Christus' gouden verdiensten met de zaligheid ontvangt, maakt dat ons waarlijk rijk."


Johannes 1:12:
12 Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven29 kinderen Gods30 te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;
29)macht gegeven Of, recht en waardigheid.   30)kinderen Gods Of, dat zij kinderen Gods geworden zijn.
"Hem aangenomen hebben": Die in Hem geloofd hebben!

* De Heere Jezus geneest volkomen:

Marcus 5
29 En terstond is de fontein haars bloeds opgedroogd, en zij gevoelde aan haar lichaam, dat zij van die kwaal genezen was.

Psalm 27
Vers 7
Zo ik niet had geloofd, dat in dit leven
Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou,
Mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed, gebleven?
Ik was vergaan in al mijn smart en rouw.
Wacht op den HEER, godvruchte schaar, houd moed:
Hij is getrouw, de bron van alle goed;
Zo daalt Zijn kracht op u in zwakheid neer;
Wacht dan, ja wacht, verlaat u op den HEER.

* De Heere Jezus noemt haar 'dochter'. (hij zegt niet vriendin). Dat wijst op een bloedband. Een bloedband door geloof, lees maar:

Marcus 5
34 En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede, en zijt genezen van deze uw kwaal.

* Dus geen berisping.

Jesaja 62 vers 4
4 Tot u zal niet meer gezegd worden: De verlatene, en tot uw land zal niet meer gezegd worden: Het verwoeste; maar gij zult genoemd worden: Mijn lust is aan haar! en uw land: Het getrouwde; want de HEERE heeft een lust aan u, en uw land zal getrouwd worden.

* We moeten waken voor zachte heelmeesters want die maken stinkende wonden:

Jeremia 6
14 En zij genezen39 de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste,40 zeggende: Vrede, vrede!41 doch daar is geen vrede.
39)    genezen
    Dat is, zij troosten mijn volk tegen de bedreigde ellende.
40)    op het lichtste,
    Of, als een lichte zaak, of breuk. Door een lichte rede, met een praatje, alsof het jok en scherts ware, of de zonde en de bedreigde straf niets te beduiden hadden.
41)    Vrede, vrede!
    Dat is, het zal wel gaan, het heeft geen nood.

* In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars

Romeinen 8
34 Wie is het, die verdoemt?93 Christus is het, Die gestorven is;94 ja, wat meer is, Die ook opgewekt is,95 Die ook ter rechter hand Gods is,96 Die ook voor ons bidt.97
35 Wie zal ons scheiden98 van de liefde van Christus?99 Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of zwaard?
36 (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag100 gedood;101 wij zijn geacht als schapen ter slachting.)
37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.102


* Zo God voor ons is wie zal tegen ons zijn?

Romeinen 8
31 Wat zullen wij dan81 tot deze dingen zeggen?82 Zo God voor ons is,83 wie zal tegen ons zijn?84
81)Wat zullen wij dan Hier besluit de apostel de handeling van de voorgaande leer dezes briefs tot hiertoe, met een heiligen trots en roem in Christus tegen alle beschuldigingen en verdrukkingen, die de duivel en de wereld hun zouden mogen aandoen.

* Die Hem liefhebben (die in de Heere Jezus geloven)

1 Korinthe 2
9 Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des22 mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben.


* Groot is Uw Naam in mogendheid

Jeremia 10

6 Omdat niemand U gelijk is, o HEERE! zo zijt Gij groot, en groot is Uw Naam in mogendheid.
7 Wie zou U niet vrezen, Gij Koning der heidenen? Want het komt U toe; omdat toch onder alle wijzen der heidenen, en in hun ganse koninkrijk, niemand U gelijk is.
13 Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.
16 ... want Hij is de Formeerder van alles, en Israel is de roede Zijner erfenis; HEERE der heirscharen is Zijn Naam.