vrijdag 10 maart 2017

Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: stud. H. J. Agteresch
Tijd: 9 maart 2017 14.30u

2 Kronieken 20

12 O, onze God, zult Gij geen recht20 tegen hen oefenen? want in ons is geen kracht tegen deze grote menigte, die tegen ons komt, en wij weten niet, wat wij doen zullen; maar onze ogen21 zijn op U.


Thema: biddag in Juda

1 Een smekende gemeente
2 Een belijdende gemeente
3 Een vertrouwende gemeente


Psalm 35 vs 1
Psalm 74 vs 2, 19, 21
Psalm 123 vs 1
Psalm 42 vs 3, 5

2 Kronieken 20

6 En hij zeide: O, HEERE, God onzer vaderen, zijt Gij niet de God in den hemel? Ja, Gij zijt de Heerser over alle koninkrijken der heidenen; en in Uw hand is kracht en sterkte, zodat niemand10 zich tegen U stellen kan.
Spreekt van:
- God onzer vaderen
- God in den hemel
- Heerser over alle koninkrijken der heidenen
- In Uw hand is kracht en sterkte, zodat niemand10 zich tegen U stellen kan

vers 5
- het nieuwe voorhof
- het koperen brandofferaltaar
- de Koning in grote benauwdheid
Het altaar spreekt van recht, daarom konden ze er staan.


Geloofsvertrouwen: Gij zult verhoren en verlossen
2 Kronieken 209b ..en wij zullen uit onze benauwdheid tot U roepen, en Gij zult verhoren en verlossen.

Troost voor de onbekende toekomst: "want de strijd is niet uwe, maar Gods"
2 Kronieken 20
15b Vreest gijlieden niet, en wordt niet ontzet vanwege deze grote menigte; want de strijd26 is niet uwe, maar Gods.

Zien met geloof: "en ziet het heil des HEEREN30 met u"
2 Kronieken 20
17
Gij zult in dezen strijd niet te strijden hebben; stelt uzelven, staat en ziet het heil des HEEREN30 met u, o Juda en Jeruzalem! Vreest niet, en ontzet u niet, gaat morgen uit, hun tegen, want de HEERE zal met u wezen.31

Want: de HEERE zal met u wezen.31

(KJV: "for the Lord will be with you")

Numeri 14 vers 9

14)de HEERE is met ons; Te weten, met zijn vaderlijke gunst, vlijtige voorzienigheid en krachtigen bijstand. Zie Gen. 21:22, en Gen. 26:24.


Lofzangen door geloofsvertrouwen op de overwinning:

2 Kronieken 20
18
Toen neigde32 zich Josafat met het aangezicht ter aarde; en gans Juda en de inwoners van Jeruzalem vielen neder voor het aangezicht des HEEREN, aanbiddende den HEERE.

19 En de Levieten uit de kinderen der Kahathieten,33 en uit de kinderen der Korahieten, stonden op, om den HEERE, den God Israels, met luider stem34 ten hoogste35 te prijzen.



woensdag 8 maart 2017

Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Ds. J. Mijnders
Tijd: 5 maart 2017 10.00u

Johannes 19
1 Toen nam Pilatus1 dan Jezus, en geselde Hem.2

2 En de krijgsknechten, een kroon van doornen gevlochten hebbende, zetten die op Zijn hoofd, en wierpen Hem een purperen kleed om;3
1)nam Pilatus Namelijk als hij zag dat hij, door de voorgaande middelen door hem gebruikt, Jezus niet in het leven kon behouden.  

2)geselde Hem. Dat is, deed Hem geselen. Zie de aantekeningen Matth. 27:26.  

3)kleed om; Of, mantel, om met Zijn koninklijk ambt te spotten. Zie Matth. 27:28.

Thema: De Koning tot spot gesteld

1. De schande van de geseling
2. Het vlechten van de kroon der bespotting
3. Het verwerven van de kroon van de overwinning

Het is de tweede zondag voor het overdenken van het lijden van Jezus Christus.

Gezongen:
Psalm 68 vers 1
Psalm 119 vers 88
Psalm 22 vers 4, 8
Psalm 69 vers 4
Psalm 89 vers 8


Lucas 23
28 En Jezus, Zich tot haar kerende zeide: Gij dochters van Jeruzalem!28 weent niet over Mij,29 maar weent over uzelven,30 en over uw kinderen.

28)Gij dochters van Jeruzalem! Dat is, gij vrouwen, die binnen Jeruzalem woont.
29)niet over Mij, Dat is, niet zozeer.  
30)weent over uzelven, Namelijk veel meer.

Jezus behoeft geen tranen van menselijke meewarigheid, die geen wezenlijke vrucht voor ons zelf afwerpen. Neen, niet over Hem, maar over ons zelf moeten wij bij de aanblik van de lijdende Jezus treuren. Immers geen Godsgericht over de zonde is zo ontzettend als wij in de kruisdood van de Zone Gods zien voltrokken.


Markus 15
27 En zij kruisigden met Hem twee moordenaars,14 een aan Zijn rechter zijde, en een aan Zijn linker zijde.

28 En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: En Hij is met de misdadigers gerekend.

Jesaja 53
7 Als dezelve30 geeist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond31 niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap,32 dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.

8 Hij is uit den angst33 en uit het gericht34 weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd35 uitspreken? Want Hij is afgesneden36 uit het land der levenden;37 om de overtreding38 Mijns volks39 is de plage40 op Hem geweest.
30)dezelve Te weten onze ongerechtigheid, dat is de straf onzer ongerechtigheid, van Christus geëist werd.   31)Hij deed Zijn mond Met zijn stilzwijgen betuigende dat hij gewilliglijk alles voor ons geleden heeft, zijnen mond niet openende om de valse aanklachten zijner vijanden te wederleggen; ook niet sprekende tot nadeel dergenen, die Hem doodden, maar wel tot voordeel van ons; en biddende voor degenen, die Hem kruisigden; Luk. 23:34.   32)schaap, Eigenlijk, een ooilam, of zijlam; een lam bijt en stoot dengene niet, die het kelen zal, maar het volgt zachtjes zijnen slachter, die het ter slachtbank leidt.   33)uit den angst Of uit den kerker, of uit dit geweldig benauwen. Hebreeuws, uit de besluiting; te weten uit de helse benauwdheid, die Christus in den hof Gethsemané, [waar Hij bloed gezweet heeft] doch inzonderheid aan het kruis gevoeld heeft, toen Hij riep: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? Versta dit ook van zijne opwekking uit de doden, en als Hij tot zijn hemelsen Vader ten hemel is opgevaren.   34)uit het gericht Te weten uit het gericht van God, dat is, uit de verdoemenis, die Hij een tijdlang voor ons geleden heeft, zijnde voor ons een vloek geworden; Gal. 3:13. Doch enigen verstaan hier door het gericht den dood des kruises, waartoe Hij van de Joden en Pilatus veroordeeld was, in dezen zin: Ofschoon de Messias tot een schandelijken, ja vervloekten dood verwezen wordt, zo zal Hij nochtans, wil de profeet zeggen, eindelijk ten hemel opgenomen worden, nadat Hij voor onze zonden zal genoeg gedaan hebben.   35)Zijn leeftijd Of, de gedurigheid van zijn leven, of zijne eeuw. Versta hier, behalve de eeuwigheid van zijn goddelijk wezen, ook de eeuwigdurendheid van zijn rijk, dewijl God, Hem opgewekt en aan zijne rechterhand gesteld hebbende in de hemelse plaatsen, zo leeft en regeert Hij in eeuwigheid, en de dood heeft geen geweld meer over Hem; Luk. 1:33; Rom. 6:9. Of, zijne generatie, dat is zijne kinderen, die geestelijk uit Hem zullen geboren worden.   36)afgesneden Dat is, Hij is door een geweldigen dood weggerukt, gelijk men een boom met geweld afhouwt.   37)uit het land der levenden; Dat is, dergenen, die in de wereld leven. Zie de aantekening Job 28:13; Ps. 27:13; Jes. 38:11. De zin is: Hij is gedood en in het graf gelegd.   38)om de overtreding Dat is, vanwege de zonden, zo der Joden als der heidenen, is Hij aldus geslagen en gemarteld, welke anderszins met recht de straf had moeten treffen.   39)Mijns volks Dit zijn woorden van den profeet.   40)is de plage Hebreeuws, [was] Hem de plaag; te weten die straf, dat Hij aan het kruis is genageld geworden; alzo wordt het Hebreeuwse bijvoegsel mo ook in het enkelvoudig getal genomen. Gen. 9:26,27; Job 20:23, en Job 22:2; Ps. 11:7; Jes. 44:15
De geseling van een Romeinse geseling. Die overtrof de Joodse geseling.
Johannes Calvijn heeft gezegd: Het lijden moet vooral met het hart worden overdacht.
Alles met woorden gesproken of geschreven schiet tekort om het lijden van Christus te beschrijven. Of ook muziek schiet tekort.

Woorden van de apostel Paulus:

1 Timotheus 1
15 Dit is een getrouw woord,37 en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.38

16 Maar daarom is mij barmhartigheid geschied,39 opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid40 zou betonen, tot een voorbeeld41 dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.
39)barmhartigheid geschied, Of, God heeft zich mijner ontfermd, gelijk 1 Tim. 1:13.   40)al Zijn lankmoedigheid Namelijk die God in het Evangelie beloofd heeft te gebruiken, opdat Hij de zondaar tot bekering brengt.   41)tot een voorbeeld Of, voorbeeld; namelijk dat niemand, hoe groot zondaar hij ook zij, behoeft te mistrouwen de genade van God, zo hij maar tot Christus door het geloof zijn toevlucht neemt.
Psalm 102


18 Zich gewend zal hebben tot het gebed desgenen, die gans ontbloot is, en niet versmaad hebben hunlieder gebed;

Een vrede met eeuwigheidswaarde:
Jesaja 53
5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf,25 die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.26
25)de straf, Hebreeuws, de straf van onzen vrede; dat is, hij werd gestraft opdat wij door Hem volkomen vrede krijgen zouden bij God, die met ons ontevreden was vanwege onze zonden. Versta hierbij: en de kastijding is op Hem blijven liggen totdat Hij volkomenlijk voor ons betaald had.   26)is ons genezing geworden. Zodat wij van zonde en straf bevrijd zijn.


"Gedenk dat er geen andere weg of middel tot genezing is dan alleen het geloof. Zonder geloof zal ons Christus Zelf niet baten.
Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening door het geloof in Zijn bloed, Romeinen 3: 25. Het geloof is de toepassing van Christus'
verdiensten. Al is een pleister nog zo krachtig en doelmatig, als ze niet op de wonde wordt gelegd doet ze geen voordeel. Al is de pleister gemaakt van Christus' eigen bloed, echter zal geen genezing geven tenzij dat ze door het geloof op de ziel wordt
toegepast. De koperen slang was een voortreffelijk middel tot genezing van degenen die van de vurige slangen waren gebeten. Maar als ze die slang niet hadden aangezien, zouden ze er geen voordeel van ontvangen hebben."

Bron: "Christus tempel op aarde", Thomas Watson


De kroon is van ons hoofd gevallen door de zondeval in het paradijs.

Jezus dan kwam uit, dragende de doornenkroon. Straks komt Hij uit het graf. Niet meer met een doornenkroon. Dan draagt Hij de eerkroon. God kroont Hem voor Zijn uitgaan hier uit Pilatus rechthuis. Zijn kruiswerk is bekroond. Niet met goud, maar met de eeuwig bloeiende gloriekroon.

Zacharia 13
7b maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen28 wenden.29

Jesaja 55
13 Voor een doorn34 zal een denneboom opgaan, voor een distel zal een mirteboom opgaan; en het zal den HEERE35 wezen tot een naam, tot een eeuwig teken,36 dat niet uitgeroeid zal worden.
34)Voor een doorn Dat is, die tevoren al distelen en doornen waren, dat is onvruchtbaar en tot alle goed onbekwaam, zullen vruchtbaar worden, en als schone bomen opwassen, nadat zij door den Heiligen Geest zullen vernieuwd en wedergeboren zijn. Zie dergelijke manier van spreken Jes. 41:19.   35)het zal den HEERE De zin is: Door de verlossing en heiliging der kerk zal God zijn oneindige goedheid en almogendheid inzonderheid doen blijken, waarom Hij in der eeuwigheid zal geloofd en geprezen worden.   36)een eeuwig teken, Te weten een gedenkteken. 

Een glorie om te aanschouwen:

Hooglied 3
11 Gaat uit,34 en aanschouwt, gij, dochteren van Sion! den koning Salomo, met de kroon, waarmede Hem 36Zijn moeder kroonde op den dag Zijner bruiloft,37 en op den dag der vreugde Zijns harten.

34)Gaat uit, In Hoog. 3:11 wordt onder den naam en de heerlijkheid van Salomo, die een voorbeeld op Christus geweest is, beschreven de glorie, die alle kinderen Gods zullen aanschouwen op de bruiloft des Lams, die voor de uitverkoren kinderen Gods bereid is. Als wij vermaand worden uit te gaan, daarmede wordt te kennen gegeven dat het de moeite waard is dat men wat moeite daarom doe, gelijk men doet om een koning in zijn triomf te aanschouwen.   35)gij dochteren De dochteren Zions betekenen hier de Christenen, of de kerk van Christus, gelijk Jes. 49:14,22. Dezen worden hier vermaand dat zij Christus [den rechten Salomo] zullen aanschouwen en aannemen met zijne kroon, dat is in glorie en heerlijkheid. Zie Ps. 149:2; Matth. 21:5; Openb. 6:1,3,5,7. .   36)waarmede Hem, Het schijnt uit deze woorden dat Bathseba haren zoon Salomo met een schone en sierlijke kroon vereerd heeft op zijn bruiloftsdag, en door deze kroon wordt afgebeeld de heerlijkheid van Christus, waartoe Hij verheven is door zijne hemelvaart en die Hij zijne kerk zal laten aanschouwen in den hemel. Zie Luk. 24:26; Joh. 17:24; Filipp. 2:9.   37)Zijner bruiloft, Anders: zijner ondertrouw; te weten toen Salomo trouwde met zijne bruid. Geestelijkerwijze mag men hier verstaan het huwelijk van Christus met zijne kerk, hetwelk geschiedt als zij de predikatie van het heilige Evangelie met waar geloof aanneemt, alsdan wordt zij gezegd aan Christus te huwelijken; 2 Cor. 11:2. Gelijk zich een bruidegom over zijne bruid verheugt, alzo verheugt zich God over zijn volk; zie Jes. 62:1,5.  Psalm 25
5
Loutre goedheid, liefdekoorden,
Waarheid zijn des Heeren paan
Hun, die Zijn verbond en woorden,
Als hun schatten, gadeslaan,
Wil mij, Uwen Naam ter eer,
Al mijn euveldaan vergeven!
Ik heb tegen U, o Heer',
Zwaar en menigmaal misdreven.


Psalm 22

7 Maar ik ben een worm7 en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het8 volk.

7)worm Dat is, gelijk een worm; dat is zeer zwak en krachteloos, gans niet geacht, en als onder voeten getreden, gelijk volgt. Verg. Job 25:6. Jes. 41:14.   8)van het Hebr. ene verachting des volks.



Zien we door het geloof de glans van de doornenkroon? Zoals beschreven in het bijbelboek Hooglied, de schoonheid van Christus.
De kroon van overwinning.

Jesaja 63
1 Wie is Deze,1 Die van Edom2 komt met besprenkelde3 klederen, van Bozra?4 Deze, Die versierd is5 in Zijn gewaad? Die voorttrekt6 in Zijn grote kracht?7 Ik ben het,8 Die in gerechtigheid spreek,9 Die machtig ben10 te verlossen. 
10)Die machtig ben

Of, die genoegzaam ben om te verlossen. Want Hem is gegeven alle macht in den hemel en op de aarde, Hij is een almachtig God met den Vader en den Heiligen Geest.


Psalm 69 vers 13
De blijdschap zal het hart der vromen strelen,
Als zij mij zien, verlost van smart en pijn.
Gij, die God zoekt in al uw zielsverdriet,
Houdt aan, grijpt moed, uw hart zal vrolijk leven;

Psalm 89 vers 8
Wij steken 't hoofd omhoog en zullen d' eerkroon dragen
Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen,
Want God is ons ten schild in 't strijdperk van dit leven,
En onze Koning is van Isrels God gegeven.

De mensen die Jezus kruisigden kenden niet de bestendigheid van het eeuwigdurende Koninkrijk, want ze gaven Hem een rietstaf in de handen ter beschimping van dat koninkrijk.


Een eeuwigdurend Koninkrijk:
Psalm 45
7 Uw troon, o God20! is eeuwiglijk en altoos; de scepter Uws Koninkrijks is een scepter der rechtmatigheid21.
Daniel 2
44 Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels118 een Koninkrijk verwekken,119 dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat Koninkrijk120 zal aan geen ander volk overgelaten worden;121 het zal al die koninkrijken122 vermalen,123 en te niet doen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan.


* Flesh and blood hath not revealed it unto thee, but my Father which is in heaven

Matthew 16 (KJV)
16 And Simon Peter answered and said, Thou art the Christ, the Son of the living God.
17 And Jesus answered and said unto him, Blessed art thou, Simon Barjona: for flesh and blood hath not revealed it unto thee, but my Father which is in heaven.
18 And I say also unto thee, That thou art Peter, and upon this rock I will build my church; and the gates of hell shall not prevail against it.
19 And I will give unto thee the keys of the kingdom of heaven: and whatsoever thou shalt bind on earth shall be bound in heaven: and whatsoever thou shalt loose on earth shall be loosed in heaven.


Mattheus 16 (SV)
16 En Simon Petrus, antwoordende,12 zeide: Gij zijt de Christus13, de Zoon des levenden Gods.
17 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-Jona!14 want vlees en bloed15 heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.
18 En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra16 zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel17 zullen dezelve niet overweldigen.
19 En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen;18 en zo wat gij zult binden19 op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn;20 en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.
12)antwoordende, Namelijk uit aller naam; alzo Christus hun allen gevraagd had; waarom ook het antwoord van Christus hoewel het tot Petrus geschiedt, tot allen behoort.   13)de Christus Dat is, de Messias, of gezalfde. Zie Joh. 1:42.   14)Bar-Jona, Dat is, Jonas' zoon: want het woord Bar betekent in de Chaldeeuwse spraak een zoon.   15)vlees en bloed Dat is, noch uw eigen, noch enig natuurlijk vernuft, noch enig mens. Zie Gal. 1:16.   16)petra Dat is, steen of steenrots; namelijk op deze uwe belijdenis, die gij van mij doet. Of, op mij dien gij beleden hebt. Want Christus is alleen het fondament zijner gemeente, 1 Cor. 3:11, hoewel ook Petrus en ook de andere apostelen ten aanzien van hunne leer, fondamenten der gemeente kunnen genaamd worden, gelijk te zien is Openb. 21:19.   17)poorten der hel Dat is, noch de listigheid noch het geweld des duivels en zijner instrumenten. Want eertijds waren de raadhuizen en sterkten der steden in de poorten: Gen. 22:17.   18)sleutelen van het koninkrijk der hemelen; Dat is, een geestelijke macht, om van Gods wege en in Christus naam te verkondigen den gelovigen en boetvaardigen vergeving hunner zonden, en dat zij deel hebben aan het rijk Gods, en hetzelve door de heilige sacramenten aan hen te verzegelen. En daarentegen, de ongelovigen en onboetvaardigen, dat zij geen deel hebben aan de vergeving der zonden en het rijk Gods, en daarom hen van het gebruik dezer sacramenten te weren en uit te sluiten: welke macht de gemeente, Matth. 18:18, en al den apostelen, Joh. 20:21, ook gegeven wordt. Zie 2 Cor. 10:8.   19)zo wat gij zult binden Namelijk naar Christus' bevel en voorschrift.   20)zal in de hemelen gebonden zijn; Dat is, God zal voor vast en bondig houden hetgeen alzo naar zijn bevel door zijn dienaar gedaan zal zijn.