2 En ziet, een melaatse kwam, en aanbad Hem, zeggende: Heere! indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.
3 En Jezus, de hand uitstrekkende, heeft hem aangeraakt, zeggende: Ik wil, word gereinigd! En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd.
"Die reiniging kan beschreven worden als een tijdelijke zegen; een zegen voor het lichaam. En zo leidt ons dit om tot Christus te gaan, Die macht heeft over ziekten van het lichaam om ze te genezen; én het leert ons op welke manier wij ons tot Hem moeten wenden. Namelijk in de zekerheid van Zijn macht, gelovende dat Hij in staat is ook thans ziekten te genezen; maar met onderworpenheid aan Zijn wil: Heere, indien Gij wilt, Gij kunt. Aangaande tijdelijke zegeningen kunnen wij namelijk niet zo zeker zijn van Gods wil om ze te schenken, als wij kunnen zijn van Zijn macht, want Zijn macht ervoor is onbeperkt, maar Zijn belofte ervan is beperkt; omdat daarbij in het oog moet worden gehouden wat strekken kan tot Zijn eer en verheerlijking, en tot ons wezenlijk welzijn. Al is het dat we niet zeker kunnen zijn van Zijn wil, toch kunnen wij wèl zeker zijn van Zijn wijsheid en genade, waaraan wij ons gerust en goedsmoeds kunnen overgeven. Uw wil geschiede! Dit maakt de verwachting gemakkelijk en de gebeurtenis, als zij komt, troostrijk."
"Hoewel het uitwendige voorkomen van Christus gering en onaanzienlijk was, toch had deze melaatse geloof in Zijn macht, waarin tevens het geloof lag opgesloten dat Hij van God gezonden was. Hij gelooft dit niet slechts in het algemeen: Gij kunt alles; maar met bijzondere toepassing: Gij kunt mij reinigen. Wat wij geloven omtrent Christus' macht moeten wij toepassen op ons bijzonder geval, onze bijzondere nood: Gij kunt dit voor mij doen."
Over de woorden "Indien Gij wilt", schrijft Matthew Henry: "Niet alsof hij twijfelde aan Christus' bereidwilligheid in het algemeen om hen die in nood zijn, te helpen, maar met de bescheidenheid die een arme smekeling voegt, legt hij zijn eigen geval voor Hem bloot. Het verzoek van de melaatse is niet gekleed in de vorm van een gebed, toch heeft Christus het ingewilligd. Een hartelijke belijdenis van geloof in Christus en onderworpenheid aan Zijn wil zijn de meest zegevierende gebeden om genade van Hem, en die zullen voorzeker verhoord worden."
"Wij moeten ons aan de goede wil van Christus aanbevelen: Heere, zo Gij wilt, Gij kunt mij reinigen. Dit is niet zozeer de taal van zijn schroom of wantrouwen in de goede wil van Christus, als wel van zijn onderworpenheid aan de goede wil van Christus."
Auteur: Matthew Henry