zondag 5 juni 2016

5 juni 2016, 16.00u

Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Ds. G.W.S. Mulder
Tijd: 5 juni 2016, 16.00u

Ezechiel 16

59 Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal u ook doen, gelijk als gij gedaan hebt, die den eed veracht hebt, brekende het verbond.
60 Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.
61 Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn, als gij uw zusteren, die groter zijn dan gij, met degenen, die kleiner zijn dan gij, aannemen zult; want Ik zal u dezelve geven tot dochteren, maar niet uit uw verbond.
62 Want Ik zal Mijn verbond met u oprichten, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben;
63 Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE.
Over: "..Ik zal.." en de Goddelijke kracht in deze woorden.


Gods verbond met Zijn volk

1 De oprichting van Zijn verbond
2 De weldaden van Zijn verbond

Ezechiel 16

Heel indrukwekkend als je goed luisterde bij het zingen van "Opent uwe mond". Allemaal kinderstemmen omdat ze deze psalm zo goed kennen. Maar juist ook dan de inhoud van de tekst.

"Opent uwen mond;
 Eist van Mij vrijmoedig,
 Op mijn trouwverbond;
 Al wat u ontbreekt,
 Schenk Ik, zo gij 't smeekt,
 Mild en overvloedig."


Genoemd:
Jesaja 45 vs 22
Wendt U75 naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden76 der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.
Matt. 5 vs 6
Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.


Psalm 81
    "Opent uwen mond;
    Eist van Mij vrijmoedig,
    Op mijn trouwverbond;
    Al wat u ontbreekt,
    Schenk Ik, zo gij 't smeekt,
    Mild en overvloedig."
    "Maar Mijn volk wou niet
    Naar Mijn stemme horen;
    Israël verliet
    Mij en Mijn geboôn;
    't Heeft zich and're goôn,
    Naar zijn lust, verkoren.

Psalm 79
    Getrouwe God, de heid'nen zijn gekomen;
    Zij hebben stout Uw erfland ingenomen;
    Jeruzalem, de tempel, Uw altaren,
    't Ligt al verwoest door die geweldenaren.
    Uw knechten zijn geveld
    Door hun verwoed geweld;
    Hun lijken, onbegraven,
    Verzaden na hun dood
    't Gediert' in hongersnood,
    En gier en kraai en raven.
    Gedenk niet meer aan 't kwaad, dat wij bedreven;
    Onz' euveldaad word' ons uit gunst vergeven;
    Waak op, o God, en wil van verder lijden
    Ons klein getal door Uwe kracht bevrijden.
    Help ons, barmhartig HEER,
    Uw groten naam ter eer;
    Uw trouw koom' ons te stade;
    Verzoen de zware schuld,
    Die ons met schrik vervult;
    Bewijs ons eens genade!
Psalm 32
    Toen 'k zweeg en U mijn ongerechtigheden,
    Weerhouden door de vrees, niet heb beleden,
    Verouderden mijn beend'ren door geklag,
    In mijn gebrul en angst den gansen dag.
    Want, HEER, Uw hand, die mij bezocht met plagen,
    Deed dag en nacht mij zware smarten dragen;
    Mijn levenssap droogd' uit van uur tot uur,
    Gelijk het land door zomerzonnevuur.
    'k Bekend', o HEER, aan U oprecht mijn zonden;
    'k Verborg geen kwaad, dat in mij werd gevonden;
    Maar ik beleed na ernstig overleg,
    Mijn boze daân; Gij naamt die gunstig weg.
    Dies zal tot U een ieder van de vromen,
    In vindenstijd, met ootmoed smekend, komen;
    Een zee van ramp moog' met haar golven slaan,
    Hoe hoog zij ga, zij raakt hem zelfs niet aan.

Psalm 85
    Gij hebt Uw land, o HEER, die gunst betoond,
    Dat Jacobs zaad opnieuw in vrijheid woont;
    De schuld Uws volks hebt G' uit Uw boek gedaan;
    Ook ziet Gij geen van hunne zonden aan;
    Gij vindt in gunst, en niet in wraak, Uw lust;
    De hitte van Uw gramschap is geblust.
    O heilrijk God, weer verder ons verdriet,
    Keer af Uw wraak, en doe Uw toorn te niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten