Over de prediking in de kerk door de Puriteinen:
Preken was voor de Puriteinen, zoals Paulus het noemt (2 Kor. 12:9): Spreken in de tegenwoordigheid van God in Christus. Prediking is de plaats waar eeuwigheidsbeslissingen vallen: Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof. Maar ook dat andere: Want de liefde van Christus dringt ons. Wet en evangelie, beide in hun volle omvang. Wat een heerlijk werk. Maar ook: wat een verantwoordelijk werk! Daarom zei de puritein Donald Cargill, toen hij de ladder van het schavot besteeg: 'Ik bestijg deze ladder met minder vrees en strijd dan toen ik de preekstoel opging om te preken.'
Het besef van die ernst, maar ook van die heerlijkheid, is het geheim van de krachtige, indringende prediking, powerful preaching, waar de puriteinen om bekend stonden. Dat was geen aangeleerde rhetorica, maar de dingen waarover ze spraken waren voor hen een werkelijkheid. Ze hadden brandende harten en een brandende liefde voor de Drie-enige God en Zijn Bruidsgemeente. Ik laat er iets van horen uit een preek van George Whitefield naar aanleiding van Jeremia 23:6 over 'De Heere, onze gerechtigheid':
Jeremia 23
5 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde.
6 In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israƫl zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID.
George Whitefield:
"Kunt u zeggen: de Heere onze gerechtigheid? Ik zeg: de Heere, onze gerechtigheid. Aan deze leer vasthouden met uw hoofd, zonder de Heere Jezus Christus door een levend geloof reddend in uw harten te ontvangen, zal slechts uw vervloeking nog erger maken. Ik heb het u al vaak gezegd en zeg het nog een keer: een niet-toegepaste Christus is helemaal geen Christus. Kunt u het met de gelovige Thomas uitroepen: Mijn Heere en mijn God. Is Christus uw heiligmaking? Want het woord gerechtigheid in onze tekst slaat niet alleen op de gerechtigheid die ons toegerekend wordt, maar die ook in ons uitgewerkt wordt. Als u gerechtvaardigd bent door zijn bloed, bent u ook geheiligd door de Geest van onze Heere. Die twee heeft God samengevoegd, daarom mogen wij ze niet scheiden.
Kunt u dus in dit opzicht zeggen: de Heere onze gerechtigheid? Bent u ertoe gebracht een afschuw te hebben van uzelf vanwege uw erfzonde en de zonden die u hebt bedreven? Hebt u een walging van uw eigen gerechtigheid, want, zoals Jesaja het zegt: Al onze gerechtigheden zijn vuile vodden. Bent u er toe gebracht de algenoegzaamheid van Christus' gerechtigheid te zien en te bewonderen, en, opgewekt door de Geest van God, daarnaar te hongeren en te dorsten? Kon u ooit zeggen: mijn ziel dorst naar Christus, naar de gerechtigheid van Christus? Och, wanneer zal ik voor het aangezicht van mijn God verschijnen, in de gerechtigheid van Christus? Niets dan Christus! niets dan Christus! Geef mij Christus, o God, en het zal mij genoeg zijn. Mijn ziel zal voor eeuwig U loven.
Was dit ooit de taal van uw hart? Werd het u, na al uw geestelijke strijd, gegeven om de hand des geloofs uit te steken en de gezegende Jezus in uw ziel te omhelzen, zodat u het kon zeggen: Mijn Liefste is mijn en ik ben Zijn? Zo ja, vreest dan niet, wie u ook bent. Zalig, aller gelukzaligst, o gelukkige ziel!"
Bron: DE PURITEINEN OVER PREDIKERS EN PREDIKING (P. DEN OUDEN)
Themadag George Whitefield Stichting 15 november 2008:
Woord voor Woord
Lezing: ds. P. den Ouden, Driesum
Geen opmerkingen:
Een reactie posten