maandag 21 november 2016

zo 13 nov. 2016 10.00u

Plaats: Rotterdam
Kerk: Christelijk Gereformeerde Kerk Rotterdam-Kralingen (Jeruzalemkerk)
Voorganger: ds. A.J.T. Ruis
Tijd: 13 nov. 2016 10.00u

Psalm 27
 6a en 5b
Vers 6
Want, schoon ik zelfs van vader en van moeder
Verlaten ben, de HEER is goed en groot;
Hij is en blijft mijn Vader en Behoeder.
Leer mij, o God, Uw weg in allen nood;

Verberg toch niet Uw oog van mij, o HEER!
Ik ben Uw knecht, zie niet in toorne neer.
Gij waart mijn hulp in al mijn zielsverdriet.
O God mijns heils, begeef, verlaat mij niet.


Psalm 86 6
Vers 6
Leer mij naar Uw wil te hand'len,
'k Zal dan in Uw waarheid wand'len;
Neig mijn hart, en voeg het saâm
Tot de vrees van Uwen naam.
HEER, mijn God, ik zal U loven,
Heffen 't ganse hart naar boven;
'k Zal Uw naam en majesteit
Eren tot in eeuwigheid.

Fil 3 1-16
Vers 8, 9
8 Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen.
9 En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof;
Psalm 45
Vers 1
Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen,
Zal 't schoonste lied van enen Koning zingen;
Terwijl de Geest mijn gladde tonge drijft;
Is z' als de pen van een, die vaardig schrijft.
Beminlijk Vorst, uw schoonheid hoog te loven,
Gaat al het schoon der mensen ver te boven;
Genâ is op uw lippen uitgestort,
Dies G' eeuwiglijk van God gezegend wordt.

Vers 2
Gord, gord, o Held, uw zwaard aan uwe zijde,
Uw blinkend zwaard, zo scherp gewet ten strijde;
Vertoon uw glans, vertoon uw majesteit;
Rijd zegenrijk in uwe heerlijkheid
Op 't zuiv're woord der waarheid; rijd voorspoedig,
En heers alom rechtvaardig en zachtmoedig;
Uw rechterhand zal 't Godd'lijk rijk behoên,
En in den krijg geduchte daden doen.

Zie ook 2 Petrus 3 vers 16.
Sommige brieven van Paulus kunnen moeilijk zijn om te begrijpen. Als het ons maar niet ervan weerhoudt om ze te lezen.
Al stellen ze diepe en hoge dingen aan de orde, toch gaat het om de kern en om het hart van het evangelie. De enige grond van de zaligheid.

Daar hopen we bij stil te staan.

Thema: winst door verlies in het leven van Paulus
1 verlies van Paulus
   Ja gewisselijk ik acht ook alle dingen schadelijk te zijn. Om wiens wil ik al die dingen.....
2 het verlangen van Paulus
  8. om de uitnemendheid der kennis.... opdat ik Christus moge gewinnen en in Hem gevonden
3. verlossing van Paulus
     Niet..... "namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof;

De brief aan de gemeente van Fillipi. "Ziet op de honden, ziet op de versnijding." Kwade arbeiders... Daartegenover gaat Paulus stellen het evangelie en de enige grond van zaligheid door het geloof in de Heere Jezus Christus.
Paulus was besneden op de achtste dag. Hij behoorde tot het verbondsvolk. Hij droeg het teken en het zegel van het verbond. Buitengewoon rechtzinnig in de leer. Hij behoorde tot de Farizeeën. Grote delen van de Schriften kende hij uit het hoofd. Hij was buitengewoon vol van ijver voor de dienst van de Heere. Hij was onberispelijk als het gaat over zijn levenswandel. Al die voorrechten heeft hij vroeger beschouwd als winst. Als de grond waarop hij kon bestaan. Paulus had gezegd, het gaat goed, ik ben een ijveraar voor de wet, besneden, mijn leven is onberispelijk, het gaat op de hemel aan. Maar er is een punt gekomen dat alles is weggeslagen. "wat mij gewin was dat heb ik schade geacht". Daar heb ik de grond uit verloren. Ik heb gezien dat dat geen grond kan zijn voor de eeuwigheid.

Schade geacht:
Om 2 dingen:

1. in het licht van het recht van God. Dat heeft de Heere laten zien dat Hij een God van recht was. De wet heeft de Heere laten spreken. Toen heeft Paulus gezien dat hij die eisen van Gods recht nooit kon beantwoorden.
Hoe zal ik die hoge rechtvaardige God ontmoeten alleen maar met mijn eigen rechtvaardigheid. Hoe zal ik voor de Heere kunnen bestaan met mijn rechtzinnigheid? Hoe zal ik voor God kunnen bestaan met die uitwendige tekenen van Gods genade, wanneer die niet werkelijk in mijn hart zijn gezonken.
In het licht van Gods recht heeft Paulus alles moeten verliezen.
Daar deinst een mens wel voor terug. Misschien wilt u daar liever niet over horen. Wij zijn als mensen altijd op de vlucht voor wie God werkelijk is. Toch is het zo nodig om alle grond in mezelf te verliezen.

2. Paulus heeft dat voorrecht niet alleen verloren en schade geacht in het licht van Gods recht, maar ook in het licht van Gods Zoon?
Dat heb ik "Om Christus wil" schade geacht." Eén is er die voor God kan bestaan: Gods eigen lieve Zoon met Zijn volmaakte gerechtigheid. Dat daar de grond van zaligheid ligt.

"Ja gewisselijk": dat betekent, wat zeker is. Er is ook een zekere opklimming in.
Ik acht ook alle dingen schadelijk te zijn. Ik acht de verleiding en de verlokking van de zonde schadelijk te zijn. Ik leidt schade aan de ziel. Ook de dingen van het gewone tijdelijke leven. Het huis waarin we wonen. Bezittingen die we hebben. De geoorloofde genoegens die we mogen ontvangen. Ik acht ze schade te zijn. Hoe dan? Als we er ons hart op zetten. Alle vermeende gronden buiten de Heere Jezus Christus. Ook na ontvangen genade kunnen we er nog zo op steunen, maar die geen grond zijn voor de zaligheid. Bijvoorbeeld werken der dankbaarheid. Die Paulus ook heeft mogen doen in zijn leven. Hij heeft ook in het ambtelijke heel wat mogen bereiken. Gemeenten gesticht. Brieven geschreven. Middelijkerwijs tot de zaligheid mogen leiden. Paulus werd daarvoor gebruikt. Daar heeft de Heere mij willen gebruiken. En het is hem allemaal schade.
Als Paulus voor God verschijnt kan hij niet zeggen, nu heb ik zoveel mensen tot U gebracht, nu heb ik zoveel beproevingen mogen doorstaan... Nee dan staat Paulus daar als een arme, naakte, schuldige zondaar. Alle dingen kunnen zijn schuld niet bedekken.
In het begin van het 8e vers: de tijd waarin de apostel schrijft.
Ja gewis: ik acht het nog steeds schade. 30 jaren na zijn bekering schrijft Paulus deze woorden. Dat is een voortdurende oefening geweest.
Onreine en bezoedelde handen waar bloed aan kleefde. Hij moet zich daar steeds weer in geoefend worden. Om niet te bouwen anders dan op het ene fundament Christus.
Hij was ook vatbaar voor hoogmoed. 2 kor. 12. Opdat ik mij niet zou verheffen... Paulus moest ervoor bewaard worden.

Wat heeft Paulus een diep besef gehad van de reinheid en van de heiligheid van God.

Alles heeft Paulus moeten verliezen. De vraag is: kent u dat gelukkige verlies?
Acht u de zonde schade? In zijn verleidende en verlokkende kracht. Acht u de dingen van deze wereld, voor zover ze voor verwijdering zorgen: schade!
Achten we alle gronden buiten de Heere Jezus Christus en Zijn gerechtigheid.
Onze tranen: zijn dat nog gronden waarop we steunen? De werken der dankbaarheid: hebt u geleerd om daar drek op te schrijven. Het gelukkige verlies van Paulus.
Onze tekst schrijft vanmorgen ook over een hunkerend verlangen dat er is in het hart van Paulus.
In het licht van het recht van God moest Paulus alle grond verliezen.
In het licht van de Zoon van God wil Hij alle andere gronden verliezen.
Een hunkerend verlangen, waarnaar? Om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus Mijn Heere.
Het is me te doen om de onuitsprekelijke waarde van de kennis van de Heere Jezus Christus. Daar is mijn verlangen nu op gericht. Daar haakt mijn hart naar.
Heel persoonlijke in het leven van Paulus. Christus is Hem bekend gemaakt.

Om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere;

Flonkerende diamanten, de namen van de Heere.

Jezus: gekomen om zondaren zalig te maken.

Paulus zoekt Hem dieper te kennen. De apostel die zoveel bevindelijke kennis had. De geloofskennis. De apostel zoekt in die kennis toe te nemen. Daar is het hem om te doen: Jezus.
Nog een andere flonkerende diamant: Christus.
De door God aangewezene. De grote Profeet die Paulus had onderwezen.
Wees op zijn schuld.
Wees op het recht van God.
Die de zegen voor Paulus verdiend heeft.
Veelzeggend dat hij die naam als eerste noemt.
Hij wil Hem dieper kennen als zijn Profeet, als zijn Koning.
Derde flonkerende diamant, heel teer en heel persoonlijk: mijn Heere.
Diegene die mij tegen gekomen is. Die me heeft opgehaald uit de ellende en uit de verlorenheid. Die alle verzet in mij overwonnen heeft. In wiens dienst ik sta. Persoonlijk, ambtelijk. "Mijn Heere."
Is dat uw verlangen? "Mijn Heere". Wat is uw verlangen de afgelopen week geweest?
Misschien zegt iemand, als ik maar iets van Hem mag leren kennen. Die ik ook persoonlijk zoek te leren kennen. Weet dan één ding, kennis van Christus wordt maar op één plaats verkregen. Dat is altijd in de diepte. Diepere ontdekking wie ik zelf ben. Daar waar ik leer melaats te zijn. Hoe zal de alles en iedereen overwinnende Koning waarde krijgen als ik niet leer: ik ben vijandschap.
De Heere werkt door de diepte van de beproeving heen. De uitnemendheid van de kennis van de Heere Jezus Christus.
Waar ik meer aan mijn schuld ontdekt wordt, daar wordt Hij steeds meer!
Vers 9:
En in Hem30 gevonden worde
Op de dag van de wederkomst. Als God komt om te oordelen de levenden en de doden! Als God komt om alles en een ieder te doorzoeken.

"niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is"

Daar moet Paulus voortdurend aan sterven.
Wat is dan je grond Paulus? Wat is dan waarop je rusten kan?

"maar die door het geloof van Christus is".

Misschien zegt u het is moeilijk? Wat is die enige grond: de gerechtigheid van Christus. Hij is blank en rood. De enige die de wet van de Vader volkomen vervult. Die de eer van de Vader volkomen heeft verheerlijkt. Die de deugden van de Vader heeft laten schitteren op volkomen wijze. Hij heeft alles gedaan wat God vroeg. En Hij heeft de eer van God hersteld. Wat wordt Christus daardoor dierbaar voor Gods Kerk. Omdat ze door genade God ook hebben lief gekregen.
De smart van het hart: Heere ik kan Uw eer niet zo bedoelen. Alleen al met mijn gedachten zondig ik dagelijks.
Een oceaan van troost: als u een geloofsoog mag slaan op de Heere Jezus die alles heeft gedaan.
Psalm 62 vers 5: In God is al mijn heil, mijn eer.
Hij heeft gedaan wat ik niet kon doen. Als ik in Christus ben ziet God mijn zonden niet meer. Maar dan ziet Hij de volmaakte geoorzaamheid van Christus. Dat is de grond van Paulus geworden.
En als dat zo is, dat de gerechtigheid van Christus mijn gerechtigheid mag zijn, dan straft God de zonden niet meer. Dan hoef ik niet meer te vrezen voor de jongste dag. De oordeelsdag. Die dubbele gerechtigheid is de troost van Gods kind. Kreeg het al waarde voor u?
Dit is het waar het om gaat. Met onze eigen gerechtigheid, met onze ongerechtigheid gaan we verloren.
Hoe wordt die gerechtigheid nu de mijne? Die gerechtigheid wordt u voorgesteld in de prediking. Deze gerechtigheid redt van de eeuwige dood.
De laatste woorden van onze tekst:
"de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof;"
David Dickson werd gevraagd op zijn sterfbed hoe het ging. Hij zie, ik werp alle dingen die ik gedaan heb in mijn leven, de slechte dingen en ook de goede dingen aan de voeten van de Heere. En ga vervolgens met lege handen tot Christus.

Hij nodigt ook deze morgen nog de grootste van de zondaren.
De onreinste. De slechtste. Degene die alles hebben bedorven.
Komt herwaarts tot mij die vermoeid en belast zijt. En ik zal u rust geven.

Psalm 2 6
Vers 6
Vreest 's HEEREN macht en dient Zijn Majesteit;
Juicht, bevend op 't gezicht van Zijn vermogen,
En kust den Zoon, van ouds u toegezeid,
Eer u Zijn toorn verdelg' voor aller o - gen;
U op uw' weg tot stof doe wederkeren,
Wanneer Zijn wraak, getergd door uw gedrag,
U, onverhoeds, zou door haar gloed verteren,
Tot staving van Zijn langgehoond gezag.

Psalm 121
Vers 4
De HEER zal u steeds gadeslaan,
Opdat Hij in gevaar,
Uw ziel voor ramp bewaar';
De HEER, 't zij g' in of uit moogt gaan,
En waar g' u heen moogt spoeden,
Zal eeuwig u behoeden.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten