zaterdag 17 december 2016


Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Ds. C. Sonnevelt
Tijd: 15 dec. 2016 19.30u

gelezen jes 8 vs 11 t/m 9 vs6
Jesaja 9 : 5a
5 Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder;

Thema: Geboorte van de Heere Christus
1 Geboren kind
2 Gegeven zoon
3 Groots koning

Gezongen:
Psalm 2 6 7
Psalm 51 3 4
Psalm 89 8
Psalm 132 12

Hebreen 1 vs 5
5 Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon,19 heden heb ik u20 gegenereerd?21 En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn,22 en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?

19)    Gij zijt Mijn Zoon,
    Namelijk eigen en natuurlijke Zoon; want anderszins zijn ook de engelen kinderen Gods, ten opzichte dat zij door God en naar Zijn evenbeeld zijn geschapen, en tot kinderen aangenomen. Zie Job 1:6; Ps. 89:7.

20)    heden heb ik u
    Dat is, van eeuwigheid, welke heden genoemd wordt, omdat in de eeuwigheid noch begin is noch einde, maar ene gedurigheid die altijd tegenwoordig is. Anderen verstaan het van den tijd waarin deze eeuwige geboorte in de wereld is geopenbaard.

21)    gegenereerd?
    Of geteeld, gewonnen, geboren; namelijk door een eeuwige, bovennatuurlijke en onbegrijpelijke generatie. Want Hij spreekt van zulk een geboorte, op welke wijze geen engelen noch mensen zijn geboren, maar alleen de Zoon. Waarom Hij ook de eniggeborene van den Vader genoemd wordt, Joh. 1:18; en de eigen Zoon Gods, Rom. 8:32. Deze plaats wordt ook Hand. 13:33, op Zijn opstanding uit de doden toegepast, omdat Hij toen krachtig is bewezen de Zoon Gods te zijn, gelijk Paulus spreekt Rom. 1:4.

22)    Ik zal Hem tot een Vader zijn,
    Deze woorden worden wel van Salomo als een voorbeeld van Christus, die den tempel te Jeruzalem zou bouwen, uitgesproken, maar van Christus Jezus, als de betekenende zaak, vooral verstaan, die den geestelijken tempel, dat is de gemeente Gods, alleen heeft gebouwd, en een Heere daarvan is, gelijk de apostel hierna, Hebr. 3,4,5,6, betuigt en die alleen een koninkrijk zonder einde heeft, gelijk de engel verklaart; Luk. 1:32,33.



Openbaringen 12 vers 5:
5 En zij baarde een mannelijken4 zoon, die al de heidenen zou5 hoeden met een6 ijzeren roede; en haar kind werd weggerukt tot God en Zijn troon.

4)    zij baarde een mannelijken
    Grieks zij baarde een zoon, een man, of manneken. Sommigen verstaan hierdoor, gelijk ook door den volgenden strijd van Michaël tegen den draak, Constantijn, den eersten christelijken keizer, die voor de christen-kerk, na drie honderd jaren vervolging, is te voorschijn gebracht, en na vele oorlogen en overwinningen over de dienaars der afgoden en van den draak, eindelijk het Romeinse rijk onder het gebied der christenen heeft gebracht, en de christen-kerk boven alle andere heeft verheerlijkt en tot aan den hemel verheven. Welke verklaring zeer oud is, daar Constantijn zelf dit gezicht daarom in zijn wapen heeft gevoerd, nadat hij Maximianu, Maxentius, Licinius en andere vijanden en vervolgers der christenen, met hunnen legers had overwonnen, en den afgodendienst uit het Romeinse rijk had geweerd. Doch daar hier van dit mannelijk kind, en hierna van dezen Michaël en draak vele dingen worden gezegd, die zeer bezwaarlijk alleen op Constantijn en de zijnen kunnen geduld worden, zo is het wel zo gevoegelijk dat dit ook van Christus zelf worde genomen, en van zijn geestelijke geboorte door de gehele wereld in het hart en in de belijdenis der gelovigen, door den dienst der Kerk, gelijk hiervoor op Openb. 12:2 is aangewezen; tegen welken Christus en zijn geestelijke geboorte de satan zich met alle geweld en list heeft gesteld, zo door de vervolgingen der Joden en heidenen, als door verscheidene godslasterlijke ketterijen, die hij den persoon en de voldoening van Christus onder de christenen heeft verwekt. Hoewel Christus, nu zittende ter rechterhand Gods, als het hoofd der uitverkorenen, altijd de overhand heeft behouden, en in Zijn troon altijd is gebleven.

5)    de heidenen zou
    Of volken.

6)    hoeden met een
    Grieks weiden.



Het zou rechtvaardig zijn als de Heere ons voorbij ging.
Maar: ik laat U niet gaan tenzij Gij mij zegent. Genesis 32 vs 26

De heerschappij is op zijn schouder. Zie ook de voorgaande verzen over Gideon in Jesaja 9.
Een land is goed met Deze Koning.

Psalm 2:12 (NBG'51)
Kust de zoon, opdat hij niet toorne
en gij onderweg niet te gronde gaat,
want zeer licht ontbrandt zijn toorn.
Welzalig allen die bij Hem schuilen!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten