Romeinen 5
2 Door Welken wij ook de toeleiding hebben door het geloof tot deze genade, in welke wij staan, en roemen in de hoop der heerlijkheid Gods.
"toeleiding hebben": Of, toegang tot deze genade; waardoor te kennen gegeven wordt, dat wij tot deze genade vanzelf niet zijn gegaan, maar dat wij van Christus door Zijnen Geest daartoe zijn geleid; Ef. 2:8; Hebr. 8:10.
Hebreen 12 vers 2
2 Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God.
Hij is het Die ons metterdaad door Zijn Geest tot de genade van God leidt.
...
Het middel waardoor deze toeleiding plaatsvindt, is het geloof.
...
Het geloof is de hand waarmee wij de Heere Jezus aangrijpen en met Hem verenigd worden.
Het geloof neemt de plaats van de voeten in waarmee wij tot God gaan.
Het geloof is de mond waardoor wij de genade van God proeven en genieten.
Door het geloof naderen wij tot God.
Door het geloof zien we God, spreken we tot God, en rusten wij in God.
Daarom worden woorden als 'geloven', 'komen', 'gaan' en 'eten' in de Heilige Schrift ook met elkaar verwisseld.
...
Het geloof doet de zondaar zeggen: "Heere, ik ben onwaardig om tot U te naderen en voor U te verschijnen, maar hier is Uw eigen Zoon. U hebt Hem Zelf tot een Middelaar en Borg aangesteld, Hem in de dood overgegeven en gewild dat Hij ons met U zou verzoenen. U hebt Hem mij geschonken en tot een verzoening voorgehouden en aangeboden. Heere ik neem Hem aan, ik kom in Zijn Naam tot U. Ik bid U, zie Zijn zoenoffer aan en wees mij om Zijnentwil genadig".
Bron: "Uw Woord is een lamp."
Bernardus Smytegelt
2 Door Welken wij ook de toeleiding hebben door het geloof tot deze genade, in welke wij staan, en roemen in de hoop der heerlijkheid Gods.
"toeleiding hebben": Of, toegang tot deze genade; waardoor te kennen gegeven wordt, dat wij tot deze genade vanzelf niet zijn gegaan, maar dat wij van Christus door Zijnen Geest daartoe zijn geleid; Ef. 2:8; Hebr. 8:10.
Hebreen 12 vers 2
2 Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God.
Hij is het Die ons metterdaad door Zijn Geest tot de genade van God leidt.
...
Het middel waardoor deze toeleiding plaatsvindt, is het geloof.
...
Het geloof is de hand waarmee wij de Heere Jezus aangrijpen en met Hem verenigd worden.
Het geloof neemt de plaats van de voeten in waarmee wij tot God gaan.
Het geloof is de mond waardoor wij de genade van God proeven en genieten.
Door het geloof naderen wij tot God.
Door het geloof zien we God, spreken we tot God, en rusten wij in God.
Daarom worden woorden als 'geloven', 'komen', 'gaan' en 'eten' in de Heilige Schrift ook met elkaar verwisseld.
...
Het geloof doet de zondaar zeggen: "Heere, ik ben onwaardig om tot U te naderen en voor U te verschijnen, maar hier is Uw eigen Zoon. U hebt Hem Zelf tot een Middelaar en Borg aangesteld, Hem in de dood overgegeven en gewild dat Hij ons met U zou verzoenen. U hebt Hem mij geschonken en tot een verzoening voorgehouden en aangeboden. Heere ik neem Hem aan, ik kom in Zijn Naam tot U. Ik bid U, zie Zijn zoenoffer aan en wees mij om Zijnentwil genadig".
Bron: "Uw Woord is een lamp."
Bernardus Smytegelt
Geen opmerkingen:
Een reactie posten