Romeinen 3
16 Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet;30 want het is een kracht Gods tot zaligheid31 een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood,32 en ook den Griek.
17 Want de rechtvaardigheid Gods33 wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof;34 gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige35 zal uit het geloof leven.
33) de rechtvaardigheid Gods
Dat is, de rechtvaardigheid, waardoor wij voor het gericht Gods kunnen bestaan, welke is alleen de rechtvaardigheid van Christus, die ons van God wordt geschonken en door het geloof toegerekend.
Een deur is geopend naar het paradijs.
Johannes 10
9 Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden.
Markus 15
38 En het voorhangsel des tempels scheurde in tweeen,19 van boven tot beneden.
39 En de hoofdman over honderd, die daarbij tegenover Hem stond, ziende, dat Hij alzo roepende den geest gegeven had,20 zeide: Waarlijk, deze Mens was Gods Zoon!
Christ as the Door of Paradise, Porta Paradisi.
Gods schenkende gerechtigheid in Christus.
"Zoals de bruid deelt in de goederen van haar bruidegom, zo deelt de gelovige in de goederen van Christus.
De hele Christus valt de gelovige ten deel. Zijn gerechtigheid wordt mijn gerechtigheid.
Die vereniging met Christus is zo radicaal "dat het mijn eigendom is dat Christus geleefd heeft, gewerkt heeft, gesproken, geleden en gestorven, dat is niet anders als had ik zelf geleeft, als had ik zelf zo gehandeld en gesproken, alsof ik zelf geleden had en gestorven was. Zoals een bruidegom alles heeft wat de bruid heeft en de bruid alles heeft wat de bruidegom toebehoort, alles hoort hen beiden gemeenschappelijk toe. Want ze zijn één vlees, zoals Christus en de gemeente één vlees zijn."
Prof. Maarten Luther (1483-1546)
"De gelovige ziel beschikt over alles wat van Christus is als was het zijn eigendom. Andersom is het ook waar: alles wat de ziel toebehoort, behoort nu ook Christus toe. Christus is vol genade, leven en heil; de ziel vol zonden, dood en verdoemenis. Dat laatste behoort nu echter Christus toe, de genade, het leven en het heil behoren de gelovige toe. Daarom mag een gelovige vol vertrouwen zeggen: "Als ik gezondigd heb, zo heeft toch mijn Christus niet gezondigd in Wie ik geloof en Wiens hele bezit van mij is, zoals het mijne van Hem is."
Deze existentiële ontdekking van de mens Luther is het hart van de Reformatie. Zijn vraag "Hoe krijg ik een genadig God?" is vandaag niet minder relevant dan toen. En het antwoord vandaag is evenmin anders dan toen: door het geloof in de gekruisigde Christus, Die ons geworden is wijsheid van God, rechtvaardigheid, en volkomen verlossing. (1 Kor. 1 vers 30)
Je moet met je zonden bij Christus zijn; troost vind je alleen in de wonden van Christus. En daar heeft Maarten Luther het gevonden. Zo ontdekte hij: geloven is ruilen. U mijn zonden, ik Uw gerechtigheid."
Geen opmerkingen:
Een reactie posten