zondag 24 maart 2019

Joël 2


12 Nu dan ook, spreekt de HEERE, bekeert u tot Mij met uw ganse hart,40 en dat met vasten en met geween, en met rouwklage.41 
13 En scheurt uw hart42 en niet uw klederen,43 en bekeert u tot den HEERE, uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig44en groot van goedertierenheid,45 en berouw hebbende over het kwade.46 


40) tot Mij met uw ganse hart,
Hebr. tot mij toe; gelijk enigen dit nemen. Alzo wordt het Hebr. woord in deze zaak ook gebruikt; Deut. 4:30Klaagl. 3:40Hos. 14:2Amos 4:6,8,9,11, betekenende [gelijk sommigen verstaan] dat God niet tevreden is met een schijn, of vliegende gedachte en een los opzet, of half hart, maar dat Hij wil hebben een oprechte afkering van het kwade en bekering tot Hem en het goede, geenzins tot afgoden of andere ijdelheden. En alzo zouden de volgende woorden, idem het scheuren der harten, en met uw ganse hart, dienen tot verklaring van den nadruk van dit woord; verg. Hos. 6:4, en hos. 7:16 met de aantekening. Doch anderen nemen het slechts voor een woord tot.

41) en dat met vasten en met geween, en met rouwklage.
Alzo wordt de Hebr. letter Vau ook elders gebruikt, voor en dat, of zelfs. Zie Jer. 17:10, en onder Joël. 2:32.

42) scheurt uw hart
Verg. Ps. 34:19, en Ps. 51:19.

43) niet uw klederen,
Dat is, niet alleen, zonder de harten te scheuren, niet zozeer, niet voornamelijk; zie Hos. 6:6.

44) lankmoedig
Zie Lev. 14:18.

45) groot van goedertierenheid,
Of, veelvoudig, overvloedig.

46) kwade.
Versta, het kwaad der straf, dat God afwendt, matigt, enz., wanneer Hij menselijk gezegd wordt berouw te hebben, zie Gen. 6:6, alzo in het volgende vers.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten