zondag 12 maart 2017


Plaats: Barendrecht
Kerk: Gereformeerde Gemeente
Voorganger: Ds. A. B. van der Heiden
Tijd: 12 maart 2017 10.00u

Markus 14

50 En zij, Hem verlatende,40 zijn allen gevloden.

40)zij, Hem verlatende, Namelijk zijne discipelen.

Thema: de Rechtvaardige verlaten

1 door wie Hij verlaten werd
  (zelfs door de jongeling, zie Markus 14 vers 52)
2 Waarom Hij verlaten werd
3 Waartoe Hij verlaten werd


Gezongen:
Psalm 54 vs 1
Psalm 119 vs 1
Psalm 69 vs 2, 4
Psalm 38 vs 11
Psalm 56 vs 4


Psalm 37, een psalm van David:
25 Nun. Ik ben jong43 geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien den
rechtvaardige verlaten, noch zijn zaad44 zoekende brood.

43)jong Of, een jongeling. Zie Jer. 1:6.   44)zaad Dat is, zijne kinderen en nakomelingen, alzo Ps. 37:26,28, tenware het God beliefde naar zijn vrij en vaderlijk welbehagen zijne kinderen met armoede en hongersnood tot zijne eer en hun best te beproeven en oefenen, waarin Hij hen nochtans niet verlaat, maar allermeest bijstaat en sterkt, zodat zij vergenoegd en als verzadigd zijn. Zie Ps. 37:1,14, idem Ps. 37:19, en verg. Luk. 16:20,21. 2 Cor. 11:27. Filipp. 4:11. Hebr. 11:37.


Jezus wordt gevangen genomen:

Johannes 18
4 Jezus dan, wetende alles, wat over Hem komen zou, ging uit, en7 zeide tot hen: Wien zoekt gij?

5 Zij antwoordden Hem: Jezus den Nazarener. Jezus zeide tot hen: Ik ben het. En Judas, die Hem verried, stond ook bij hen.
6 Als Hij dan tot hen zeide: Ik ben het; gingen zij achterwaarts, en vielen ter aarde.8

7 Hij vraagde hun dan wederom:9 Wien zoekt gij? En zij zeiden: Jezus den Nazarener.

8 Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.
9 Opdat het woord10 vervuld zou worden, dat Hij gezegd had:11 Uit degenen, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren.
8)vielen ter aarde. Namelijk door Zijn goddelijke kracht nedergeslagen zijnde, om te tonen dat Hij aan hunne handen lichtelijk had kunnen ontkomen, indien Hij gewild had.   9)wederom: Namelijk nadat zij weder opgestaan waren.   10)Opdat het woord Namelijk heeft Hij dit gezegd, of is dit geschied.


* Alsdan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons; en tot de heuvelen: Bedekt ons.
Dit ziet op de wederkomst van Christus
Lukas 23
27 En een grote menigte van volk en van vrouwen volgde Hem, welke ook26 weenden en Hem beklaagden.27

28 En Jezus, Zich tot haar kerende zeide: Gij dochters van Jeruzalem!28 weent niet over Mij,29 maar weent over uzelven,30 en over uw kinderen.

29 Want ziet, er komen dagen, in welke men zeggen zal:31 Zalig zijn de onvruchtbaren,32 en de buiken, die niet gebaard hebben, en de borsten, die niet gezoogd hebben.

30 Alsdan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen:33 Valt op ons; en tot de heuvelen: Bedekt ons.

31 Want indien zij dit doen aan het groene hout,34 wat zal aan het dorre geschieden?35
26)welke ook Namelijk vrouwen.   27)weenden en Hem beklaagden. Grieks op hare borst sloegen; dat is, misbaar maakten.   28)Gij dochters van Jeruzalem! Dat is, gij vrouwen, die binnen Jeruzalem woont.   29)niet over Mij, Dat is, niet zozeer.   30)weent over uzelven, Namelijk veel meer.   31)men zeggen zal: Grieks zij zullen zeggen.   32)de onvruchtbaren, Namelijk omdat zij zulke zwarigheden aan hare kinderen niet zullen zien.   33)te zeggen tot de bergen: Namelijk uit groten schrik en benauwdheid, gelijk Hos. 10:8; Openb. 6:16.


De wederkomst van Christus:
Openbaringen 6
13 En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij van een groten wind geschud wordt.

14 En de hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen.

15 En de koningen der aarde, en de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelven in de spelonken, en in de steenrotsen der bergen;

16 En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams.

17 Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?


Johannes op Patmos: "En toen ik Hem zag, vile ik als dood aan Zijn voeten"
Openbaringen 1
12 En ik keerde mij om, om te zien de stem34, die met mij gesproken had; en mij omgekeerd hebbende, zag ik zeven35 gouden kandelaren;

13 En in het midden van de zeven kandelaren Een, den Zoon36 des mensen gelijk zijnde, bekleed met een lang37 kleed tot de voeten, en omgord38 aan de borsten met een gouden gordel;

14 En Zijn hoofd en haar was wit39, gelijk als witte wol, gelijk sneeuw; en Zijn ogen40 gelijk een vlam vuurs;
15 En Zijn voeten waren blinkend koper gelijk, en gloeiden als in een oven; en Zijn stem als een stem van vele wateren.

16 En Hij had zeven43 sterren in Zijn44 rechterhand; en uit Zijn mond ging een tweesnijdend45 scherp zwaard; en Zijn aangezicht was, gelijk de46 zon schijnt in haar kracht.

17 En toen ik Hem zag, viel ik47 als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: Vrees niet; Ik ben de48 Eerste en de Laatste;

18 En Die leef,49 en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels50 der hel en des doods.

34)de stem Dit is, dengene van wien deze stem was.   35)zeven Hierdoor worden de zeven gemeenten aangeduid, die voor God dierbaar als goud zijn, gelijk in Openb. 1:20 wordt verklaard; en dit beeld is genomen van den gouden kandelaar, die in het heilige van den tabernakel was, en dag en nacht door de priesters met olie en licht in zijn lampen moest voorzien worden, Lev. 24:2, gelijk hetzelfde beeld ook te vinden is Zach. 4:2; en daardoor werden afgebeeld de gaven en verlichting van den Heiligen Geest, en de naarstigheid der priesters in het verzorgen derzelve door het woord en de Sacramenten waarvan Christus alleen, als den enigen priester van het Nieuwe Testament, de zorg en eer hier wordt toegeschreven.   36)den Zoon Dat is, in Christus Jezus, die in het Evangelie doorgaans zo wordt genoemd, en hier den Zoon des mensen gelijk wordt gezegd, omdat Hij verschijnt in een gezicht en niet in Zijn persoon; en dat in zulke gedaante, niet die Hij heeft in Zijn natuur, maar die Hij heeft in Zijne werkingen en eigenschappen, waarop hier wordt gezien; gelijk Hij elders als een lam, als zittende te paard, of op andere wijze in deze openbaring wordt vertoond; en Hij wordt de Zoon des mensen genoemd, niet alleen omdat Hij een waarachtig mens is, uit de vrouw geworden, maar omdat Hij die is, waarvan Daniël ook zo is verschenen; of enen die eens mensen Zoon, dat is, een mens gelijk was.   37)een lang Namelijk hetwelk eigenlijk een priesterlijk kleed was; Exod. 28:4,40, en Exod. 39:27.   38)omgord Daarmee wordt zijn vaardigheid in het bedienen van zijn ambt uitgedrukt, gelijk door den gouden gordel zijn waardigheid.   39)was wit Daarmee wordt de wijsheid en eeuwigheid van Jezus Christus afgebeeld, gelijk ook deze eigenschappen van God den Vader, zo worden afgebeeld; Dan. 7:9.   40)Zijn ogen De volgende beelden zijn meest genomen uit Dan. 10:6, waar Daniël bijna dergelijk gezicht is verschenen. Door de vlam des vuurs worden Zijn alwetende en alles doorstralende ogen, zelfs in de harten der mensen, verstaan, gelijk af te leiden is uit Openb. 2:18,19,23.   41)blinkend Grieks Chalkolibano; dat is, metaal uit Libanon, of fijn koper; gelijk dergelijke verschijning staat Ezech. 1:7, en Dan. 10:6, waardoor de standvastigheid en onverwinnelijke sterkte van Christus wordt afgebeeld, die niemand kan aantasten zonder zich te beschadigen, en waarmee Hij zich alles kan onderwerpen. .   42)van vele Namelijk die van de rotsen aflopen en door niemand kunnen gestuit worden; een beeld van de kracht der stem van Christus, die onder alle tongen en volken is doorgedrongen, gelijk dit woord wateren van den engel zelf wordt verklaard; Openb. 17:15. .   43)zeven Deze sterren worden hierna, Openb. 1:20, verklaard te zijn de engelen of opzieners der gemeente, die bij sterren worden vergeleken, omdat zij de gemeente met hun leer en leven moeten voorlichten, gelijk de sterren de reizende lieden te land en te water doen.   44)in zijn Deze sterren worden gezegd te zijn in de rechterhand van Christus, omdat Hij die zendt, regeert en beschermt, en door hen krachtig is in de harten der mensen, en nochtans ook machtig om hen te straffen, zo zij hun beroep niet behoorlijk waarnemen; gelijk af te nemen is uit Openb. 2:1,5.   45)tweesnijdend Namelijk van Zijn woord, zo door Zijn beloften, tot troost der gehoorzamen, als door Zijn dreigementen tot straf der ongehoorzamen, gelijk verklaard wordt Openb. 2:16, en Openb. 19:15. Zo wordt ook Gods Woord genoemd Ef. 6:17; Hebr. 4:12.   46)gelijk de Hierdoor wordt de heerlijkheid van Christus aangeduid, gelijk ook de gelovigen hiernamaals in het eeuwige leven, Matth. 13:43; die nochtans geen heerlijkheid hebben dan van Christus en door Christus.   47)viel ik Namelijk eensdeels uit eerbied, eensdeels uit verschrikking, gelijk Dan. 8:18, en Dan. 10:8, enz. en anderen ook is overkomen.   48)ben de Zie daarvan hiervoren Openb. 1:8,11.   49)die leef, Anders: en ik was de levende en was dood. Want Christus, dood zijnde naar het vlees, bleef evenwel levend naar den geest, dat is naar Zijn goddelijke natuur, gelijk Hij ook nu naar beide in der eeuwigheid leeft.   50)de sleutels Dat is, de macht om u van dood en hel te verlossen, en de vijanden daarin te werpen. Zie Matth. 10:28.

* De troost van Gods Kerk:
Johannes 18
8 Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.


* Het evangelie van Jezus Christus als een rots der ergernis:

Mattheus 16
23 Maar Hij, Zich omkerende, zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, satanas22! gij zijt Mij een aanstoot,23 want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.

24 Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen,24 die verloochene zichzelven,25 en neme zijn kruis op, en volge Mij.

Romeinen 9
33 Gelijk geschreven is:84 Ziet, Ik leg in Sion een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

84)Gelijk geschreven is: Namelijk bij den profeet Jesaja Jes. 8:14, en Jes. 28:16, welke twee plaatsen de apostel bijeenvoegt. En wordt Christus hier genaamd een steen des aanstoots, ten aanzien van de ongehoorzamen en wederspannigen, gelijk Petrus verklaart; 1 Petr. 2:7,8.  


* Vijanden van het kruis worden met God verzoend
1 Petrus 2
2 En, als nieuwgeborene2 kinderkens, zijt zeer begerig3 naar de redelijke4 onvervalste melk,5 opdat gij door dezelve moogt opwassen;

3 Indien gij anders gesmaakt hebt,6 dat de Heere goedertieren is.7

4 Tot Welken komende,8 als tot een levenden Steen,9 van de mensen wel10 verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar;
5 Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen,11 gebouwd tot12 een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden13 op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.14
6 Daarom is ook15 vervat in de Schrift: Ziet, Ik leg in Sion een uitersten Hoeksteen,16 Die uitverkoren en dierbaar is; en: Die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

7 U dan, die gelooft, is Hij dierbaar;17 maar den ongehoorzamen18 wordt gezegd: De Steen, Dien de bouwlieden verworpen hebben, Deze is geworden tot19 een hoofd des hoeks, en een steen des aanstoots,20 en een rots der ergernis;

16)een uitersten Hoeksteen, Zie hiervoor de aantekeningen 1 Petr. 2:4. 17 niet beschaamd worden. Dat is, in zijn verwachting niet bedrogen worden; gelijk Rom. 5:5, en Rom. 10:11.   17)dierbaar; Of eerlijk. Grieks dierbaarheid, of eerlijkheid; dat is, zeer eerlijk of dierbaar.   18)maar den ongehoorzamen Namelijk in den Ps. 118:22, en Jes. 8:14, waarvan zie de verklaring Matth. 21:42; Ef. 2:20.   19)Deze is geworden tot Namelijk voor Gods gemeente, niettegenstaande allen wederstand en woeling, die de ongehoorzamen daartegen hebben gedaan.   20)een steen des aanstoots, Namelijk voor de ongehoorzamen zelf, die zich tegen dezen steen door ongeloof hebben gekant, gelijk 1 Petr. 2:8 verklaart.

De bruid die Hij van eeuwigheid liefhad verlaat Hem.

Ook Nathanael is gevlucht

Christus moest verlaten worden opdat die in Hem geloven nooit meer verlaten zullen worden.


1 Korinthiërs 2
2 Want ik heb niet voorgenomen3 iets te weten4 onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.5
4)iets te weten Dat is, van enige andere wetenschap bij u te spreken.   5)dien gekruisigd. Dat is, die door Zijn dood en volgende opstanding ons van onze zonden verlost en de eeuwige zaligheid deelachtig heeft gemaakt; Rom. 4:25, en Rom. 10:9,10.


Jesaja 63
3 Ik heb13 de pers14 alleen getreden, en er was niemand van de volken met Mij; en Ik heb hen getreden in Mijn toorn, en heb hen vertrapt in Mijn grimmigheid; en hun kracht16 is gesprengd op Mijn klederen, en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld.

13)Ik heb Hier spreekt Christus wederom, beantwoordende de vorige vraag aangaande zijne macht in het onderdrukken zijner vijanden en het verlossen zijner uitverkorenen.   14)de pers Te weten de pers van den toorn Gods, gelijk af te nemen is uit Openb. 14:19, en Openb. 19:15. De zin is: Ik heb alleen, zonder menselijke hulp, den wil en het bevel van mijn hemelsen Vader, aangaande het straffen en verdelgen der vijanden zijner kerk, uitgericht.

Jesaja 63
5 En Ik zag toe,19 en er was niemand die hielp; en Ik ontzette Mij,20 en er was niemand, die ondersteunde; daarom heeft21 Mijn arm Mij heil beschikt, en Mijn grimmigheid22 heeft Mij ondersteund,
19)En Ik zag toe, Of, toen Ik omzag, dat er geen helper was, enz. Christus alleen is onze Helper, Heiland en Verlosser, die ons uit het geweld van den duivel en van den eeuwigen dood verlost heeft. Zie Jes. 59:16, en Jes. 61:2.   20)en Ik ontzette Mij, Te weten naar mijn menselijke natuur. Zie Matth. 26:38.   21)daarom heeft Dat is, mijn goddelijke kracht heeft mij onderstut in mijn zwaar lijden, dat Ik onder den zwaren last van den toorn Gods niet ben bezweken, maar dien gedragen, en mijn volk daarvan verlost en al hunne vijanden overwonnen heb.   22)Mijn grimmigheid Te weten de grimmigheid, waarmede Ik onstoken ben tegen de vijanden mijner kerk.


Christus moest verlaten worden opdat die in Hem geloven nooit meer verlaten zullen worden:

Leviticus 16
9 Dan zal Aaron den bok, op denwelken het lot voor den HEERE zal gekomen zijn, toebrengen, en zal hem ten zondoffer maken.

10 Maar de bok, op denwelken het lot zal gekomen zijn, om een weggaande bok te zijn, zal levend voor het aangezicht des HEEREN gesteld worden, om door hem verzoening te doen;13 opdat men hem als een weggaanden bok14 naar de woestijn uitlate.

En:
Zacharia 13
7 Zwaard!26 ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man, Die Mijn Metgezel is,27 spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen28 wenden.29


* Wij dan, wetende den schrik des Heeren,24 bewegen de mensen tot het geloof

2 Korinthiërs 5
11 Wij dan, wetende den schrik des Heeren,24 bewegen de mensen tot het geloof, en zijn Gode openbaar geworden; doch ik hoop ook in uw gewetens geopenbaard te zijn.

24)den schrik des Heeren, Dat is, dit schrikkelijk en vreeslijk oordeel des Heeren, waardoor wij zorgvuldig moeten zijn, om voor Hem altijd oprecht te wandelen.


Psalm 56
Vers 4
Gij weet, o God, hoe 'k zwerven moet op aard';
Mijn tranen hebt G' in Uwe fles vergaard;
Is hun getal niet in Uw boek bewaard,
Niet op Uw rol geschreven?
Gewis, dan zal mijn wreev'le vijand beven,
En, als ik roep, straks rugwaarts zijn gedreven.
Dit weet ik vast: God zal mij nooit begeven;
Niets maakt mijn ziel vervaard.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten