Johannes 11
25 Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding29 en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware30 hij ook gestorven;31
26 En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in32 der eeuwigheid. Gelooft gij dat?
| 29) | Ik ben de Opstanding |
| Dat is, ik ben de bewerker en oorzaak der opstanding en des levens. | |
| 30) | leven, al ware |
| Dat is, zal tot het eeuwige leven weder opgewekt worden. | |
| 31) | gestorven; |
| Namelijk naar het lichaam. | |
| 32) | niet sterven in |
| Namelijk den eeuwigen en tweeden dood; Openb. 20:6. |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten