Psalm 39
5 HEERE! maak mij bekend mijn einde, en welke de mate9 mijner dagen zij; dat ik wete, hoe vergankelijk10 ik zij.
6 Zie, Gij hebt mijn dagen een handbreed11 gesteld, en mijn leeftijd is als niets voor U; immers is een ieder mens, hoe vast12 hij staat, enkel13 ijdelheid. Sela14.
| 9) | mate |
| Hoe lang, of hoe weinig tijds ik op aarde nog te leven heb. | |
| 10) | vergankelijk |
| Hebr. eigenlijk alsof men zeide: Hoe ophoudelijk ik [zij]; dat is, hoe vast ik ophouden zal te leven, hoe kort mijn leven, of ik van leven zij. | |
| 11) | een handbreed |
| Hebr. handbreedte. | |
| 12) | vast |
| Ofschoon hij in eer, voorspoed, vermogen en middelen op het hoogste bloeit. Verg. Jak. 4:14. en boven, Ps. 30:7,8. | |
| 13) | enkel |
| Hebr. alle, of de ganse ijdelheid, dat is, niets dan ijdelheid. | |
| 14) | Sela |
| Zie Ps. 3:3. |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten